Er ís in mijn ogen wel degelijk een prima alternatief dat geen nieuwe complexiteit toevoegt, maar juist vereenvoudigt. De oplossing ligt in een sturend mechanisme aan de voorkant: het Maatschappelijk Inkomen, gecombineerd met een Maatschappelijke Bijdrage. Een transparant en begrijpelijk systeem dat zekerheid biedt, afhankelijkheid vermindert en ongelijkheid tegengaat. Juist aan het begin van dit nieuwe jaar is dit een uitgelezen moment om dit onderwerp opnieuw en nadrukkelijk op de politieke agenda te zetten.
In het artikel schetst op nos.nl hoe breed de politieke en maatschappelijke consensus inmiddels is dat het toeslagenstelsel niet meer werkt. De complexiteit is te groot, de uitvoeringsproblemen zijn structureel en het vertrouwen van burgers in de overheid is diep beschadigd. Tegelijk blijft het debat steken in varianten van vereenvoudiging, reparatie of het samenvoegen van regelingen. Dat zijn ingrepen aan de achterkant, terwijl het echte probleem aan de voorkant zit: de manier waarop we inkomen, zekerheid en bijdrage organiseren. Het toeslagenstelsel is gebouwd op correctie achteraf. Pas nadat iemand heeft gewerkt, gezorgd, gestudeerd of keuzes heeft gemaakt, gaat het systeem rekenen, corrigeren en soms terugvorderen. Dat creëert een administratief mijnenveld. Een paar uur extra werken kan nauwelijks iets opleveren of zelfs geld kosten. Een wijziging in gezinssituatie of inkomen werkt maanden later door in naheffingen. Eén foutje kan jarenlange stress veroorzaken. Dat maakt mensen voorzichtig, angstig en uiteindelijk passief. Niet alleen mensen onder de armoedegrens, maar ook werkenden met lage of onzekere inkomens leven voortdurend met het gevoel dat ze iets kunnen kwijtraken.
“Maatschappelijk Inkomen als alternatief voor toeslagen en lapwerk”
De toeslagenaffaire was de extreem zichtbare uitwas van dit systeem, maar voor honderdduizenden mensen is het dagelijkse realiteit zonder dat er een affaire aan te pas komt. Het stelsel houdt mensen in de overleefstand. Het vraagt permanente alertheid en laat nauwelijks ruimte om vooruit te kijken, te investeren in jezelf of bij te dragen op andere manieren dan betaald werk. Wie bestaanszekerheid mist, heeft simpelweg geen mentale ruimte om te groeien.
In het publieke debat wordt dit probleem vaak verbonden aan het idee van een basisinkomen. Een vast bedrag voor iedereen zou rust geven en de bureaucratie verminderen. Maar ook daar zitten grenzen aan. Een uniform bedrag, los van levensfase en context, lost niet automatisch de diepere oorzaken van armoede en ongelijkheid op. Meer geld alleen is geen wondermiddel als de organisatie van zekerheid fundamenteel verkeerd is ingericht. Dat inzicht is terecht en belangrijk, maar het mag geen excuus worden om terug te vallen op het huidige lapwerk. Juist daarom is het tijd om een stap verder te denken en het fundament te herzien. Niet door nog een regeling toe te voegen, maar door het hele idee van toeslagen los te laten. Het alternatief dat ik al jaren uitwerk, noem ik het Maatschappelijk Inkomen, gekoppeld aan een Maatschappelijke Bijdrage. Geen technisch kunststukje, maar een eenvoudig en begrijpelijk sociaal contract dat zekerheid aan de voorkant biedt en complexiteit aan de achterkant overbodig maakt.
“Voorbij een basisinkomen naar bestaanszekerheid die meebeweegt met het leven”
Het Maatschappelijk Inkomen is geen klassiek basisinkomen dat iedereen hetzelfde bedrag geeft, ongeacht levensfase of situatie. Het is een gegarandeerd inkomensfundament dat meebeweegt met het leven. Van geboorte tot overlijden is helder wat de basis is waarop iemand kan rekenen. Een kind krijgt via de ouders een bedrag dat past bij de kindfase. Een student ontvangt een studiefase-inkomen, onafhankelijk van het inkomen van de ouders. Een werkende heeft een vaste basis die niet wegvalt bij tijdelijk minder werk of wisselende opdrachten. Iemand die zorgt voor een naaste, ziek is of in een kwetsbare levensfase zit, krijgt ondersteuning zonder een strijd met formulieren en bewijslast. Ouderen ontvangen een pensioenfase-inkomen zonder een wirwar aan aanvullingen.
Het uitgangspunt is dat bestaanszekerheid geen gunst is, maar een recht dat hoort bij deelname aan de samenleving. In plaats van een doolhof van regelingen ontstaat er een helder systeem, vergelijkbaar met een menukaart. Per levensfase is duidelijk wat de basis is en welke aanvullende keuzes mogelijk zijn. Opleiding, zorg, tijd voor kinderen, ondernemerschap, mantelzorg of vrijwilligerswerk worden zichtbaar als vormen van maatschappelijke waarde. Niet alles hoeft in euro’s te worden gevangen om waardevol te zijn. De kracht van dit model zit in de sturing aan de voorkant. Het Maatschappelijk Inkomen voorkomt de armoedeval doordat alles wat iemand bovenop de basis verdient in principe echt van die persoon blijft. Werken loont altijd. Zorgen loont. Meedoen loont. Mensen worden niet langer gestraft als ze initiatief tonen, maar krijgen ruimte om stappen te zetten. Daarmee verschuift het systeem van wantrouwen naar vertrouwen, van corrigeren naar faciliteren.
Die verschuiving vraagt ook een andere manier van financieren. In plaats van een wirwar aan belastingen, toeslagen en aftrekposten stel ik een eenvoudiger en transparanter stelsel voor, dat ik aanduid als Maatschappelijke Bijdrage. Niet als cosmetische naamsverandering, maar om zichtbaar te maken wat er werkelijk gebeurt: we leggen gezamenlijk geld in om publieke voorzieningen mogelijk te maken. Onderwijs, zorg, mobiliteit, energie, veiligheid en sociale infrastructuur zijn geen abstracte kostenposten, maar collectieve keuzes. Een breder en bij voorkeur vlakker belastingstelsel kan daarbij veel toeslagen en uitzonderingen vervangen. Inkomen uit arbeid, vermogen, rendement en erfenissen wordt in de kern gelijker behandeld. Wie meer heeft, draagt meer bij, zonder dat daar opnieuw een stelsel van gunstregimes omheen ontstaat. De opbrengsten vloeien rechtstreeks terug naar het Maatschappelijk Inkomen en naar collectieve voorzieningen. Zo ontstaat een gesloten en begrijpelijke cirkel van ontvangen en bijdragen, die voor iedereen te volgen is.
“De hoogste tijd voor een eerlijk en eenvoudig sociaal fundament”
Dit alternatief sluit nauw aan bij de analyse dat armoede zelden alleen een gebrek aan geld is. Gezondheid, netwerk, vaardigheden en vertrouwen spelen minstens zo’n grote rol. Een systeem dat rust geeft aan de onderkant, vermindert mentale schaarste en maakt het mogelijk om aan die andere factoren te werken. Mensen hoeven hun energie niet langer te verspillen aan formulieren en angst voor terugvorderingen, maar kunnen investeren in ontwikkeling, zorg en participatie. Zo’n omslag vraagt meer dan een technische hervorming. Het veronderstelt een ander mensbeeld dan het wantrouwen dat nu diep in beleid en uitvoering zit ingebakken. In plaats van de burger als potentiële fraudeur, zien we de burger als volwaardige deelnemer. In plaats van eindeloos controleren, erkennen we dat de meeste mensen willen bijdragen als de basis op orde is. Internationale ervaringen met basisinkomen-achtige experimenten laten zien dat mensen zich niet massaal terugtrekken, maar andere, vaak gezondere en maatschappelijk waardevolle keuzes maken wanneer bestaanszekerheid niet voortdurend onder druk staat.
De conclusie dat een klassiek basisinkomen geen magische oplossing is, deel ik volledig. Maar waar het debat vaak eindigt bij die constatering, zou het gesprek daar juist moeten beginnen. De vraag is niet of we vasthouden aan toeslagen of kiezen voor een simpel ja-of-nee rond basisinkomen. De echte vraag is of we durven te bouwen aan een Maatschappelijk Inkomen en een Maatschappelijke Bijdrage die de complexiteit aan de achterkant drastisch verminderen en kansen aan de voorkant vergroten. In mijn boek Het leven is geen generale repetitie werk ik dit verder uit, juist omdat ik geloof dat we een derde weg nodig hebben. Het huidige stelsel zet mensen klem, het klassieke basisinkomen schiet tekort. Daartussen ligt ruimte voor een eenvoudig, eerlijk en begrijpelijk sociaal fundament dat meebeweegt met het leven van mensen.
De NOS heeft gelijk dat we af moeten van het toeslagensysteem. Maar hoe dat kan, is minder een raadsel dan vaak wordt gesuggereerd. De oplossing vraagt geen eindeloze pilots of nieuwe lapmiddelen, maar de moed om het fundament te herzien. Een Maatschappelijk Inkomen, gekoppeld aan een transparante Maatschappelijke Bijdrage, kan mensen uit de overleefstand halen en hen weer echt laten meedoen. Dat gesprek moeten we nu voeren, met beleidsmakers, politici, wetenschappers en burgers. Niet omdat het eenvoudig is, maar omdat doorgaan op de huidige weg aantoonbaar niet werkt.



