Deze analyse sluit nauw aan bij wat Wim-Heerke Spronk al jarenlang schrijft en publiceert in diverse media. In zijn visie ligt de kern van het probleem niet alleen bij de hoogte van belastingen, maar vooral bij de manier waarop het systeem is ingericht. Nederland heeft volgens Spronk een financieel stelsel opgebouwd dat steeds ingewikkelder is geworden, waarin toeslagen, aftrekposten, uitzonderingen en compensatieregelingen voortdurend op elkaar stapelen. Iedere politieke aanpassing probeert een probleem op te lossen, maar creëert tegelijkertijd nieuwe complexiteit.
Spronk stelt daarom dat Nederland niet langer moet denken vanuit ‘belasting’, maar vanuit een ‘Maatschappelijke Bijdrage‘. Dat is niet alleen een andere technische benadering, maar ook een fundamenteel andere manier van kijken naar de samenleving. Het woord belasting roept voor veel mensen het gevoel op dat geld wordt afgepakt. Het begrip Maatschappelijke Bijdrage legt juist de nadruk op gezamenlijke verantwoordelijkheid voor voorzieningen, bestaanszekerheid, zorg, onderwijs, veiligheid, mobiliteit, energie en maatschappelijke stabiliteit. Communicatie speelt daarin volgens Spronk een cruciale rol. Woorden bepalen hoe mensen een systeem ervaren. Wie spreekt over een bijdrage aan de samenleving, benadrukt verbondenheid en wederkerigheid. Bovendien maakt het begrip duidelijker waar het geld voor bedoeld is. Burgers leveren niet simpelweg geld in bij de overheid, maar dragen gezamenlijk bij aan een samenleving waarin iedereen kansen heeft om zich te ontwikkelen. Binnen die gedachte hoort volgens Spronk ook een veel eenvoudiger en eerlijker systeem van heffing. Hij stelt dat inkomen simpelweg inkomen is, ongeacht waar het vandaan komt. Arbeid, winst uit verkoop van een woning, dividend, vermogen, erfenissen of schenkingen zouden volgens dezelfde uitgangspunten moeten worden behandeld in het jaar waarin iemand het ontvangt. Daarmee verdwijnt een groot deel van de fiscale uitzonderingen en constructies die nu vooral voordelig zijn voor mensen met vermogen en specialistisch advies.
Het huidige systeem maakt namelijk onderscheid tussen verschillende soorten inkomen, waardoor mensen met vergelijkbare financiële mogelijkheden uiteindelijk totaal verschillende belastingdruk ervaren. Werknemers betalen direct belasting over hun loon, terwijl vermogen vaak gunstiger wordt behandeld of fiscaal kan worden doorgeschoven. Het CPB constateert nu eveneens dat juist de hoogste inkomensgroepen gebruik kunnen maken van regelingen waarmee belasting langdurig wordt uitgesteld of verminderd. Ook erf- en schenkconstructies dragen eraan bij dat vermogens zich blijven concentreren aan de top. Volgens Spronk ontstaat daardoor een samenleving waarin niet talent of inzet centraal staat, maar bezit en afkomst. Het CPB waarschuwt in dezelfde lijn dat kansen steeds meer afhankelijk dreigen te worden van het gezin waarin iemand opgroeit. Dat schaadt volgens het planbureau uiteindelijk de brede welvaart en sociale mobiliteit.
De oplossing ligt volgens Spronk niet in nóg meer regels of uitzonderingen, maar juist in radicale vereenvoudiging. Daarom introduceerde hij het ‘Maatschappelijk Inkomen‘. Dat model is nadrukkelijk geen traditionele uitkering of een klassiek basisinkomen, maar een nieuw sturend mechanisme aan de voorkant van het systeem. In zijn publicaties beschrijft Spronk dat het huidige stelsel vooral achteraf corrigeert. Burgers betalen belasting, waarna de overheid via toeslagen, subsidies, uitkeringen en tegemoetkomingen probeert de koopkracht weer te herstellen. Dat leidt volgens hem tot het onnodig “rondpompen van geld”. Het systeem kost daardoor niet alleen veel geld en uitvoeringscapaciteit, maar veroorzaakt ook fraudegevoeligheid, onzekerheid en wantrouwen.
“Het Maatschappijk Inkomen moet dat fundamenteel veranderen”
In plaats van tientallen losse regelingen ontstaat één begrijpelijke basisstructuur die meebeweegt met de levensfase en persoonlijke situatie van mensen. Het systeem werkt volgens Spronk met een soort maatschappelijke ‘menukaart’, waarin rekening wordt gehouden met factoren zoals leeftijd, gezinssituatie, gezondheid, opleiding, mantelzorg, ondernemerschap of arbeidsvermogen. Daardoor ontstaat maatwerk zonder de huidige wirwar van afzonderlijke toeslagen en regelingen.
Het Maatschappijk Inkomen vervangt in deze visie een groot deel van de bestaande uitkeringen en inkomensondersteuning, waaronder toeslagen, studiefinanciering, delen van sociale zekerheid en arbeidsongeschiktheidsconstructies zoals de WAO/WIA-achtige systemen. Daarmee ontstaat volgens Spronk meer rust en bestaanszekerheid voor burgers, terwijl tegelijkertijd de administratieve lasten drastisch verminderen. Belangrijk daarbij is dat het systeem niet alleen kijkt naar betaalde arbeid als waardevolle bijdrage aan de samenleving. Ook mantelzorg, vrijwilligerswerk, opvoeding, scholing en maatschappelijke inzet krijgen binnen deze benadering betekenis. Volgens Spronk moet moet maatschappelijke waarde breder worden gezien dan uitsluitend economische productie. Een samenleving draait niet alleen op marktwaarde, maar ook op sociale samenhang en menselijke betrokkenheid.
Zijn visie krijgt daarbij steun vanuit delen van de economische en fiscale wetenschap. Hoogleraar emeritus Corporate Governance Leen Paape heeft zich positief uitgelaten over de noodzaak van fundamentele vereenvoudiging van het Nederlandse belastingstelsel. Paape wees eerder al op de enorme complexiteit binnen de Belastingdienst en concludeerde na onderzoek dat het systeem veel eenvoudiger ingericht zou kunnen worden. Volgens Spronk bevestigt dat precies waarom Nederland niet langer moet blijven repareren binnen het bestaande model, maar het fundament opnieuw moet ontwerpen. De toeslagenaffaire liet volgens hem zien wat er gebeurt wanneer een overheid een te ingewikkeld systeem probeert te controleren. Burgers raken verstrikt in regels, terugvorderingen en onzekerheid, terwijl uitvoeringsinstanties steeds meer capaciteit nodig hebben om hetzelfde complexe systeem overeind te houden. Het vertrouwen tussen overheid en burger raakt daardoor beschadigd. Het debat dat nu ontstaat naar aanleiding van het CPB-rapport gaat daarom over meer dan alleen koopkracht of belastingtarieven. Het gaat uiteindelijk over de vraag welk type samenleving Nederland wil zijn. Een samenleving waarin steeds meer vermogen geconcentreerd raakt bij een kleine groep en burgers afhankelijk blijven van complexe compensatieregelingen, of een samenleving waarin eenvoud, bestaanszekerheid en begrijpelijkheid centraal staan.
De ideeën van Wim-Heerke Spronk over de Maatschappelijke Bijdrage en het Maatschappijk Inkomen plaatsen die fundamentele discussie nadrukkelijk op tafel. Juist nu het CPB bevestigt dat het huidige belastingstelsel de verschillen onvoldoende corrigeert en soms zelfs vergroot, krijgen deze voorstellen een nieuwe maatschappelijke relevantie.



