De Publieke Omroep vervangen door een Publiek Samenlevingsplatform: een nutsvoorziening die we met zijn allen beheren

Omdat door internet de samenleving zelf ook 'zender' is geworden, is het tijd eens serieus naar nut en noodzaak van de publieke omroep te kijken. Harrie Kiekebosch betoogt een platform waar iedereen aan mee kan doen.

Interessant? Deel het artikel

media
Foto: WHS MEDIA

Door Harrie Kiekebosch

Vanwege de boekdrukkunst konden we kranten maken. Toen we in de smiezen hadden dat je beeld en geluid door de ether kon verzenden kwamen radio en tv én de publieke omroep. Nu hebben we internet. De journalistieke functie van informeren en controleren van de macht is precies dezelfde gebleven. Maar de manier waarop we dat regelen met een publieke omroep, dat fundament moet opnieuw gemetseld. Wat te denken van een platform voor, maar vooral ook ván de samenleving? Een nutsvoorziening waar iedereen bij kan en waar iedereen aan mee mag doen.

De publieke omroep was vroeger best een goed idee

Het idee van de publieke omroep was destijds zo gek nog niet. Dat je met overheidssteun organiseert dat de verschillende zuilen van het land geïnformeerd worden. Radio en televisie voor linkse en rechtse mensen, voor protestanten en katholieken, zodat iedere achterban iets van zijn gading kan vinden. Ter lering ende vermaeck. Maar tijden zijn veranderd, alle reden om eens een ander licht te schijnen op het bestel.

Wat niet veranderd is, is het belang in een goed geïnformeerde samenleving. Democratie en journalistiek gaan hand in hand. Een open democratie durft een open journalistiek aan. Goede journalistiek houdt de leiders van het land scherp.
Wat wel veranderd is, is dat de zuilen van vroeger niet meer de zuilen van tegenwoordig zijn, dat radio en tv er commerciële partners bij hebben gekregen, dat internet er ook nog eens bij is gekomen.

Als je in de huidige wereld de doelen van de publieke omroep dient, kun dat veel beter volgens een heel ander concept doen: een publiek platform waar je professioneel aangestuurd, de kennis en kunde van de samenleving deelt, op thema’s die volgens diezelfde samenleving essentieel zijn. Men neme een site als thuisbasis en gebruikt verder alles wat je nodig hebt om te delen: van bestaande media tot schouwburgen, debatclubs en meet-ups in de bibliotheek.

De veranderde wereld van informeren en controleren

Zuilen van vroeger… Toen was je rechts of links, geloofde je volgens een van de aanwezige overtuigingen, en dan hield je je daar aan. De zuil waar je toe behoorde, bepaalde zo een beetje hoe je deed en dacht. Vanuit die gedachte is het ook logisch dat er door de vertegenwoordigers van die zuilen behoefte was aan informatiekanalen die je kon gebruiken om de achterban mee te nemen. Publieke Omroepen zijn op basis daarvan opgezet. Aan BNN, MAX, Powned, Zwart en Ongehoord zie je dat er steeds nieuwe zuilen komen. Met genoeg handtekeningen word je aspirant omroep, met genoeg leden mag je uitzenden. Als er weer nieuwe omroepen bij mogen, lijkt marketing een belangrijker kwaliteit dan je achterban duiden.

Commerciële radio en tv heeft het tv-landschap aardig veranderd. RTL en zo, hebben om te beginnen een belangrijk deel van het entertainment overgenomen en het een nieuwe dimensie gegeven. Daar waar je bij de ‘publieken’ reclame om de programma’s heen hebt, maken ze bij de commerciëlen programma’s om de reclame heen. Dat hoeft niet negatief te zijn. Kijk maar naar de krantenwereld: dat is een puur commerciële business. We spreken toch echt van ‘kwaliteitskranten’! De commerciële tv laat ook zien dat je niet enkel en alleen vermaak hoeft te programmeren om publiek te trekken. Het RTL-nieuws doet feitelijk niet onder voor het NOS-journaal.
Commerciële radio en tv was eerst verboden. Radio Noordzee en Radio Veronica waren piraten en werden ‘van narigheid’ Tros en Veronica binnen het publieke bestel. RTL sloop daarna via Luxemburg (Radio Televisie Luxemburg) stiekem ons land binnen en nu is commerciële radio en tv heel gewoon. Dat komt ook door de betaalbaarheid.

Dus nu commerciële tv qua nieuws en informatie best wel doet wat de publieke omroep ook doet en wat kranten altijd al deden, kun je op zijn minst de rol van de publieke omroep herdefiniëren. Bij RTL doen ze een moord voor Wie is de Mol. En For Farmers betaalt ook Boer zoekt Vrouw wel bij SBS. Maestro? Heel Holland bakt? Project Rembrand? Het zou zo maar eens kunnen dat het format een beetje naar cultuur en koken geschoven is, in plaats van dat er een format bedacht moest worden om cultuur en gezond eten onder de aandacht te brengen. Vertrekpunt waren de kijkcijfers.

De publieke omroep kreeg haar verheffende rol voordat commerciële rtv bestond, maar al helemaal voordat internet zijn intrede deed. En dat is nog heus niet zo lang geleden. In de jaren tachtig werden er op redacties nog typemachines gebruikt en kregen journalisten copy van de correspondent bij de bushalte van de buschauffeur, omdat dat de snelste transportmanier was.

Internet levert nieuwe platforms, anders dan krant, magazine en rtv.
Internet maakt van de ontvanger ook een zender.
Internet ontsluit álle kennis.
Dat is een driewerf hoera tégen de publieke omroep. Om ze allemaal bij elkaar te stoppen: een zuil ‘verzamelaars van postzegels uit Papoea Nieuw Guinea vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot en met de eeuwwisseling’ kan dankzij internet heel goed alle geïnteresseerden van over de hele wereld bij elkaar vinden om kennis te delen en natuurlijk postzegels te ruilen.

De oude media zenden. Maar de samenleving is al lang niet meer van plan alleen maar de ontvanger uit te hangen. Nieuwe media maken het mogelijk dat iedereen zijn eigen platform creëert. Bloggen, vloggen, een eigen Insta-account, er is zelfs een speciale boekenhoek op TikTok die erg invloedrijk is. TikTok = Jongeren. Wat wil je nog meer. Wie maakt zich dan nog druk om een boekenprogramma bij de Publieke Omroep?

Lokaal en regionaal

Eén facet van de publieke omroep is nog onbenoemd: de regionale en lokale publieke omroep. Daar is de doelgroep anders. De ‘zuil’ is daar de bewoner van de provincie, de stad of het gewest.
Maar wat is nou de binding van een provincie. Voel jij je Zuid Hollander, Overijsselaar of Gelderlander? Een Fries en een Zeeuw zal nog wel lukken. Maar dan nog: wat voegt een regionale omroep eigenlijk toe? Ze krijgen betaald voor een uurtje tv per dag, een heleboel radio, en vooral veel (!) internet. Journalisten gaan vooral achter de politie aan, en komen daar keer op keer hun krantencollega’s tegen, die óók internet gebruiken.
Op lokaal niveau doet zich een ander probleem voor: de professionaliteit. Het rijksgeld dat een gemeente krijgt voor de lokale omroep is, zoals dat zo mooi heet, niet geoormerkt, dus “ik mag er ook lantaarnpalen voor kopen” zeggen sommige wethouders. Sommige lokale omroepen doen het daarom goed of best goed, bij anderen zijn goed bedoelende vrijwilligers aan het werk “dat ze je dan een vraag stellen, dat je denkt ‘wat heeft dat er nu weer mee te maken’” aldus wederom een wethouder. Maar daar waar het vandaag goed gaat kan het morgen compleet ineenstorten omdat die ene vrijwilliger wegvalt.

Ook op dat regionale en lokale niveau is het essentieel te constateren dat democratie en journalistiek hand in hand gaan, maar dat de kwaliteit van de journalistiek juist ‘in de regio’ het hardst onderuit gaan.

De jacht om aandacht

De jacht om aandacht is gevaarlijk in de journalistiek. ‘Waarom een mooi verhaal laten weg-fact-checken’ zeggen journalisten wel eens gekscherend. Maar als je sommig werk onder de loep neemt, ga je je afvragen of dat soms ook niet een beetje waar is.
Rob Wijnberg, oprichter van De Correspondent schreef in februari 2022 ‘Waar rook is, is… vaak vooral rook’. Nieuwsuur had onthuld dat minister Kuipers een link had met een bedrijf dat nu miljoenen claimt bij zijn ministerie. In feite was (citaat Wijnberg) “Ernst Kuipers ooit commissaris bij een stichting die een voorfinanciering van honderdduizend euro gaf aan een blaastestenbedrijf dat het ministerie van Volksgezondheid nu dagvaardt wegens contractbreuk.

Of nou ja, hij was commissaris van een stichting die honderdduizend euro leende aan een andere stichting die de voorfinanciering gaf.
Of nou ja, hij was eigenlijk nog helemaal geen commissaris van die stichting toen die de lening verstrekte – dat was-ie daarna pas.”

Corona werd bestuurd vanuit een noodwet, dan heb je extra alerte journalistiek nodig, maar was die er? Maurice de Hond kwam geregeld met data die ander beleid zou behoeven, maar Maurice de Hond is vermoedelijk niet zo populair. Dus begon hij zijn eigen ‘nieuws- en informatiekanaal’. Makkelijk zat. Hij controleerde de macht en kreeg achteraf op eigenlijk alle stellingnames gelijk.

De toeslagenaffaire lijkt ook een voorbeeld van in elk geval ook journalistiek falen, legt Jesse Frederik uit in het boek ‘Zo hadden we het niet bedoeld’, waarin hij aantoont hoe journalisten (met een publieke omroep voorop) elkaar overtoepen in ‘de bulgarenfraude’, dat ‘de flappentapper’ van het dorp voor al zijn maatjes geld uit ergens een Bulgaarse pinautomaat haalt. De kiem voor de toeslagenaffaire was daarmee geplant. Politici eisten hard optreden. De belastingdienst werd racistisch. Gezinnen gingen naar de kloten. Met als gevolg een genereuze opstelling naar iedereen die geleden had. Dezelfde Frederiks schrijft inmiddels verhalen van mensen die al lang en breed door de rechter als fraudeur zijn bestempeld maar toch ineens royaal tienduizenden euro’s van de overheid krijgen. Zo wordt er twee keer geen maatwerk geleverd. Door de overheid niet, maar ook door de journalistiek niet. Zullen we Groningen dan alleen nog als voorbeeld noemen met ‘en dan hebben we het nog niet eens over Groningen gehad’.

Omdat journalistiek een economisch model is, gaan vroeg of laat de wetten van de economie gelden. Social media slurpen het advertentiegeld op. Dus schaalvergroten de mediabedrijven. Minder mensen moeten meer werk doen. Onze gedrukte media zijn in handen van twee Belgische bedrijven: Mediahuis en DPG. Commerciële zenders voegen zich samen. En de Postcodeloterij koopt gewoon zendtijd in bij de publieke omroep.

De journalistieke functie van ‘controleren’ is daarmee aan het verdwijnen, ook die andere belangrijke taak van ‘informeren’ verdwijnt. Social media hebben bewezen dat niet over te nemen. Informeren is de basis van inspireren, activeren en verbinden, en dat is weer de basis van een goed functionerende democratie. Je mist die pas als die weg is, en je krijgt hem dan niet zo maar weer terug!

De samenleving informeren: een nutsvoorziening

De wereld draait tegenwoordig zo snel dat je vandaag vaak niet weet welk nieuw fenomeen er morgen weer op de stoep staat. Ons verander- en leervermogen gaat zelfs langzamer dan de ontwikkeling van de techniek, legt Eddy Obeng uit met ‘business after midnight’. Waarmee hij ook pleitbezorger is voor experimenteren als leermodel.

Zo’n experiment willen we met Geluk Centraal wel aangaan: Een platform neerzetten waar je met kennis en kunde van de hele samenleving elkaar kunt blijven informeren, inspireren en activeren, maar ook controleren.

We willen de kwaliteit van de samenleving en haar democratie borgen met aloude journalistieke waarden als het controleren van de macht en het informeren van de samenleving. Al het andere, het vermaken van mensen, het ons op de hoogte houden van ongevallen en inbraken, verslag van allerlei rechtszaken, gezellige borrelpraat aan de talkshowtafels, reclame voor nieuwe rtv-programma’s, daar hebben we het allemaal niet over. Dat vindt zijn weg wel. Als je wil weten hoe de wereld er niet uitziet, moet je het nieuws volgen, want nieuws is datgene wat afwijkt. Waar gaan het over belangrijke thema’s hebben en samen met de samenleving over in gesprek. Dan voorkom je meteen de controlerende journalist zelf een machtspositie inneemt, wat per definitie gebeurt als de controleur bent. En wie controleert dan eigenlijk de controleur?

Jay Rosen (professor in de journalistiek bij de New York University en mediacriticus op zijn eigen weblog PressThink) schreef over de presidentsverkiezingen van 1988 tussen Bush sr. en Dukakis dat het meer leek op sportverslaggeving dan op serieuze politieke journalistiek. Bush won kiezers door Dukakis keer op keer keihard aan te pakken, desnoods met halve waarheden en leugens. Dukakis bleef op de inhoud hameren, hij wilde vertellen wat de echte gevolgen waren van zijn beleid. Maar de media hadden daar geen boodschap aan en vonden het modder gooien van Bush veel mooier. Volkskrantjournalist Jean Pierre Geelen herkent dat. “Journalisten zijn op een of andere manier de controle over dat proces kwijtgeraakt, en daarmee het contact met de burger. Ze zien zichzelf en elkaar op één manier opereren en blijven dat dus doen. Vertaald naar Nederlandse begrippen: de politieke journalistiek stort zich graag op Binnenhofse brandjes, maar vraagt zich zelden af of dat kwesties zijn waar het publiek zich werkelijk om bekommert.”

Toen de journalistiek vanwege het controleren van de macht daardoor zelf macht kreeg vanwege het controleren van de macht, is volgens Jay Rosen de ontbinding met het publiek ontstaan, wat leidt tot ontlezing.

Een nieuw platform als nutsvoorziening

Er zijn twee belangrijke journalistieke filosofieën die ten grondslag liggen aan de nieuwe nutsvoorziening. Civic journalism om het samen met de samenleving op te pakken, met als uitvoeringsmethode constructive journalism. En dan wordt daar ook nog eens de tranistie-kwaliteit van serial attention journalism overheen gelegd.

Civic journalism stelt voorop dat objectief en neutraal zijn voor een journalist onmogelijk is. Je neemt immers altijd jezelf mee bij de onderwerpen die je oppakt, de persoon die je daarvoor interviewt, de vragen die je stelt, hoe je dat vervolgens uitwerkt en waar je het de ether in laat gaan. Gegeven dat je niet objectief en neutraal bent, zegt de filosofie van civic journalism dat de journalistiek en een journalist een taak te vervullen heeft ter ondersteuning van de democratie. Daarin neem je niet zelf standpunten in (voor of tegen rekeningrijden, voor of tegen de hyotheekrenteaftrek, voor of tegen windmolens), maar je organiseert dat het op jouw journalistieke platform gaat over thema’s die de samenleving essentieel vindt. Je informeert de samenleving, helpt ze vragen te stellen en bent pas tevreden als de antwoorden helder en duidelijk zijn. De samenleving is ook wel tevreden met een ‘nee’, als dat maar goed onderbouwd is.

En denk nou niet dat de samenleving het graag over onnozele thema’s heeft. De gezondheidszorg moet goed zijn, onderwijs moet goed zijn, infrastructuur is belangrijk, de kwaliteit van het winkelcentrum, de natuur, goed internet, een brede keus voor werk… mensen weten heus wel waar ze het over willen hebben als het er om gaat!

Als de samenleving ziet dat het in de media, en daardoor in de politiek, over de essentiële thema’s gaat en dat daar goed en inhoudelijk over gesproken wordt, zal dat – is de gedachte achter civic journalism – leiden tot een samenleving die zich verantwoordelijk gedraagt in zijn eigen democratische omgeving. Een goed geïnformeerde burger zal ook geïnspireerd raken mee te doen, hij zal zich actief opstellen.

Wat volgens civic journalism de journalistiek dus te doen heeft? De samenleving informeren, inspireren en activeren op thema’s die essentieel zijn in die betreffende samenleving.

Constructive journalism geeft vooral tools die je voor civic journalism kunt hanteren. In de toolkit van ‘cojo’ is het eerste advies dat je je blikveld moet verruimen (je moet open minded zijn). Het tweede advies is dat je moet experimenteren met invalshoeken. Voor mij is dat de reden dat je voor professionalisme moet gaan. Wil je volgens deze meetlat werken, dan moet je echt wel iets in huis hebben, in tegenstelling tot wat je lokaal vaak ziet, dat een paar vrijwilligers de lokale site in de lucht houden.

Je moet het werk niet aan de samenleving overlaten, maar je moet de samenleving wel optimaal betrekken, want de samenleving heeft de kennis die jij moet aanboren. Hoe je die moet aanboren, daarvoor moet je alles weten van open en gesloten vragen. Je moet het verschil weten tussen de feitelijkheden van ‘wie, wat, waar en wanneer’ enerzijds en de duidende vragen ‘waarom en hoe’. Je moet ook weten dat je verdiept en verbreedt via verleden-heden-toekomst (hoe zou een thema zich verder kunnen gaan ontwikkelen); via analogie (hoe doen ze dat elders); vanuit historisch perspectief (hoe is het zo gekomen); dat je kleine onderwerpen kun generaliseren (in een breder perspectief zetten) of heel grote onderwerpen individualiseren (zodat ze weer behapbaar zijn).

Serial Attention Journalism zegt dat wanneer je af en toe eens aandacht aan iets besteedt en het er dan voor eventjes weer bij laat, dat dat eigenlijk steeds druppels op een gloeiende plaat zijn. Dingen komen pas echt op tafel te liggen als je er langduriger aandacht voor hebt.
Mooi voorbeeld is een Zembla-uitzending Ziek van Schiphol. Dat levert Kamervragen op. Maar dan is het thema ook een beetje weg. Zelfs als bagage-afhandelaars een half jaar later in staking gaan, komt dat verhaal niet terug. Serial Attention Journalism zegt dat je dit thema net zo lang moet blijven adresseren tot het serieus opgepakt wordt.

Waarden

De democratie is gebaat bij informatievoorziening die:
community gedreven is;
constructief is;
door de samenleving gedreven is;
inhoudelijk waardevol in plaats van geld gedreven is;
inspireert en activeert, met name op thema’s in transitie;
leidt naar participatie.

Journalistiek is niet objectief of neutraal, maar laat wel alle meningen aan het woord;
Nieuws gaat over datgene waar de samenleving behoefte aan heeft, dat is wat anders dan waar de decisionmakers het over hebben, dat is ook wat anders dan spanning en sensatie;
Een journalistiek product is de weerslag van degene die aan het woord is en niet een weerslag van wat een journalist er van vindt;
Inwoners, overheid, ondernemers, onderwijs, verenigingen en instellingen zijn allemaal ‘de samenleving.

De gekozen werkwijze is die van de ‘community led development’. Ontwikkelen en leren van onderaf, beleid maak je met de samenleving, waarbij je vanaf de inwoners, formele en informele verbanden maakt met organisaties en overheden. De burger krijgt het woord, de samenleving wordt gehoord. Iedereen kan thema’s inbrengen.

Om civic, constructive en community led tot in de vezels uit te voeren en een duurzame grondslag te geven is professionaliteit een vereiste. Die professie vertalen we naar:
– het organiseren van hoe je de agenda van de burger binnenhaalt;
– de samenleving stimuleren actief mee te doen in nadenken over invalshoeken;
– mensen activeren content te leveren;
– stakeholders helpen content te maken (op zo’n manier dat het altijd hún content is);

Er komt een basisplatform waar alles samenkomt, maar van daaruit is alles mogelijk: een magazine, een talkshow, een evenement, een festival, lezingen, school-, ondernemers- of overheidsprojecten. Je zou zelfs kunnen denken aan het opheffen van de Nederland 1, 2 en 3 en in ruil daarvoor ruimte benutten bij de commerciële journalistiek, waarbij je niet alleen aan rtv hoeft te denken.

Als gezegd komen de thema’s vanuit de samenleving. Overheid is daarbij ook samenleving. Als stakeholder brengt zij evengoed thema’s in. De portefeuilleverdeling van ministers en staatssecretarissen kan ten grondslag liggen aan de site-opbouw.

Contentredactie

Er ontstaan overal denktanks, content-redacties die rondetafelgesprekken voeren over themas’s, stakeholders die meepraten over de behoefte aan soorten van content. De agenda van de samenleving is dar leidend. De content brengt gesprekken op gang, liefst op locatie, dat vergroot de betrokkenheid. Denk aan de bibliotheek, het theater, de scholengemeenschap, de voetbalkantine, het dorpshuis, een duurzame locatie, enz.
Die gesprekken (debatten) kunnen op zich al input zijn, als je tot een soort van talkshow neerzet. Maar ze leveren ook thema’s op om uit te diepen.

De contentredactie is derhalve essentieel in het hele plan. Je moet per thema een goede groep mensen hebben die meepraat. Die groep bestaat uit vertegenwoordigers van het thema en hebben diversiteit als kracht, omdat je thema’s vanuit alle kanten wil belichten.
In dergelijke redacties participeren zeker ook overheden, ondernemers en organisaties, maar vooral ook ondernemende burgers. De groep is min of meer stabiel, maar je kunt makkelijk mensen toevoegen als er gebrek aan achterban blijkt.

De redacties vorm je volgens de tactiek van ‘three steps of seperatian’. Iedereen kent altijd weer iemand anders. Op die manier, blijkt uit ervaring, heb je met het grootste gemak mensen bij elkaar die het platform verder helpen.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden.
Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Meer over

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden. Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.