Een kabinet waar iedere Nederlander zich in kan vinden

Waarom maken we geen kabinet dat recht doet aan de verkiezingsuitslag en dat in opdracht van de gekozen Tweede Kamer functioneert, zoals het in onze democratie bedoeld is? Je moet er wel even het machtsdenken voor achterwege laten, dat wel. Maar dat moet je eigenlijk altijd achterwege laten.

Interessant? Deel het artikel

Foto: WHS MEDIA
Foto: WHS MEDIA

De kabinetsformatie zit in een impasse waar we alleen maar uit kunnen komen met een regering zoals we nog niet gehad hebben. Dat is toch de mooiste kans om eens goed na te denken over een kabinet dat we allemaal wel zien zitten?

Het kan heel simpel zijn: we maken een kabinet dat recht doet aan de verkiezingsuitslag. De ministersploeg wordt gevormd door onafhankelijke kwaliteitsmensen op hun vakgebied die opdracht krijgen van de Tweede Kamer wat ze moeten doen, of andersom, die voorstellen doen aan de Tweede Kamer hoe ze het vanuit hun deskundigheid zouden doen.

Maar zo is het nu toch ook al?

Nee, het is de bedoeling dat het nu zo zou zijn. Maar omdat we met een meerderheid een kabinet willen vormen is de binding tussen Tweede Kamer en kabinet te verweven, ligt alles heel politiek gevoelig, wordt een heel grote minderheid (iets minder dan de helft) van Nederland uitgesloten en ontstaat er een machtsdenken van winnen en verliezen in plaats van zoeken naar de beste oplossingen. Dat gaat zo ver dat een voorstel van een coalitiepartij zo maar omarmd kan worden, terwijl precies hetzelfde voorstel van de oppositie het niet zou halen. Gewoon omdat je de coalitie ondersteunt en de oppositie tegen wil werken. En andersom zal de oppositie ook met voorstellen komen om de coalitie uit de tent te lokken. Neem het eigen risico in de zorg als voorbeeld. PVV wilde dat afschaffen en testte daarmee de coalitie. Nu is de PVV ook tegen het afschaffen, “want het geld groeit niet aan de boom”.

Om fundamenteel anders te denken, of wellicht beter, om vanaf het fundament weer opnieuw het doel helder voor ogen te hebben, moeten we eerst een aantal vastgeroeste gedachten loswrikken.

  • Het is niet zo dat de partij die de meeste zetels erbij krijgt, dat die de grote winnaar van de verkiezingen is. Het gaat alleen maar om het feitelijke aantal zetels. Bijvoorbeeld: dat het CDA bescheidenheid past omdat ze veel zetels heeft verloren is onzin. Het gaat alleen maar om het huidige aantal zetels.
  • Het is niet zo dat Nederland gekozen heeft voor rechts. Slechts de helft van Nederland heeft gekozen voor rechts. De andere helft stemde links!
  • En zelfs dat rechtste stemmen is te nuanceren. Want onder die rechts-stemmers zitten heel veel proteststemmers. PVV, BBB, FvD, NSC: ze lopen net zo snel vol als dat ze leeg lopen. Hun kiezers zijn ontevreden, velen van hen zitten in de hoek waar de klappen vallen. Ze willen een toekomst zien en stemmen op de partij die ze dat belooft, maar iedere keer niet waarmaakt.
  • De Tweede Kamer bepaalt wat er gebeurt, het kabinet krijgt opdracht daar mee aan de slag te gaan, de Eerste Kamer kijkt of de procedures goed doorlopen zijn.

Naast deze democratische regels en feiten is de organisatievorm van coalitie en oppositie ook heel vreemd. Een coalitie vormen is helemaal niet de beste manier om het land stabiel te regeren.

  • Je negeert per definitie de stemmen die in het kamp van de oppositie terecht komen.
  • Je doet bakken vol water bij de wijn om bij de coalitie te kunnen horen en verloochent dus ook je eigen standpunten.
  • Je stelt alles in het werk zo groot mogelijk te worden om de volgende keer weer in de coalitie te kunnen komen en regeert daarom voor de korte termijn, richting volgende verkiezingen.
  • Omdat het kabinet veel te direct verbonden is met de coalitie, krijg je belangenverstrengeling tussen zij die koers bepalen (Tweede Kamer) en zij die uitvoeren wat de door het volk gekozenen de ministers opdragen.
  • Omdat het all about de macht is, gaat ineens de Eerste Kamer ook politiek bedrijven, waardoor indirect gekozen mensen ineens de baas spelen. Hoe scheef dat kan groeien bewijst de BBB. Die de grootste in de Eerste Kamer, want won de Provinciale Verkiezingen. Die partij is bij de Tweede Kamer verkiezingen gemillimeterd, maar heeft vanwege het oneigenlijke gebruik van de Eerste Kamer heel veel macht.

Coalitie, oppositie, Tweede Kamer, Eerste Kamer, kabinet: het is allemaal zo verweven met elkaar, dat je feitelijk kunt uittekenen dat je op die manier niet een land kunt regeren. Niet als een democratische entiteit, ook niet als de BV Nederland.

Op de lange termijn gaat dat fout. En daar zijn we nu beland.

Hoe het anders kan

Dat het anders gaat met het komende kabinet, dat was Nederland al wel duidelijk. Er zou een zakenkabinet moeten komen, of een extraparlementair kabinet, met partijen die wel of niet gedogen. Opvallend: iedere presentator of interviewer vraagt dan steeds ‘wat is dat’, en iedere gebruiker van deze termen geeft een ander antwoord. We weten dus feitelijk niet precies wat ‘dat andere’ gaat worden, maar gek genoeg hebben de meningmakers aan de praattafels er al wel een mening over. Vooral dat het allemaal moeilijk moeilijk moeilijk is. Dat komt omdat ze denken vanuit wat we nu hebben en zoals het nu geregeld is. Daarom aan het begin van deze longread ook die bullets over het loswrikken van wat er allemaal vast geroest zit.

Terug naar het fundament

We beginnen even weer bij het begin: op weg naar verkiezingen nemen politieke partijen standpunten in, op basis daarvan brengen we onze stem uit. Dat leidt tot een verdeling van zetels over 150 volksvertegenwoordigers. Iedere zetel vertegenwoordigt een achterban, sommigen uit hoofde van wie ze zijn, de meesten uit hoofde van de partij die ze vertegenwoordigen en de daarbij behorende standpunten. Deze club mensen gaat aan de slag met ons land. Wat zijn de issues, welke kant gaan we daar mee op.

Als je dat soort gesprekken voert zonder coalitie-oppositie-gevoelens krijg je op ieder niveau heel andere gesprekken. De partij houdt congressen, daarmee gaan ze terug naar Den Haag, worden fractievergaderingen gehouden. Vervolgens ga je met je standpunten, meningen en ideeën in gesprek met andere fracties.

Als de factor ‘macht’ daar tussenuit gehaald wordt, zouden we nog wel eens verbaasd kunnen zijn over de grootte van de gemene deler!

Met wat er nu aan richtinggevends op tafel ligt stap je naar vakministers die er mee aan de slag gaan. Uiteraard beginnen die vanwege hun kennis van zaken met een visie op de richting, de minister en de Tweede Kamer gaan kennis en kunde delen om te komen tot een nog betere koers. Het kan zijn dat de Tweede Kamer de minister aanstuurt. Het kan zijn dat de minister met een geniaal plan van aanpak komt. Maar omdat de angel van macht uit het gesprek gehaald is, ga je veel beter naar elkaars mening luisteren, strijd je niet in een debat om je gelijk, maar hou je dialogen om ook te leren van andermans standpunten.

Zo ontstaat er een routekaart, die steeds meebepaald is door iedere volksvertegenwoordiger en de goedkeuring kan dragen van een deskundige die minister gemaakt was.

Je kunt dan de Eerste Kamer gewoon haar bedoelde functie laten behouden: kijken of de procedures goed doorlopen zijn. Laat ze vooral geen politiek meer bedrijven. Dat doet de Tweede Kamer al. En die Eerste Kamer-mensen, die zijn ook helemaal niet direct gekozen door het volk. Eén taak krijgen ze er wel bij: in dit systeem moet je een prijsplafond afspreken. Alles wat we doen moet binnen de financiële kaders passen van wat de Tweede Kamer in meerderheid een goede basis vindt.

– Op die manier is er geen enkele dreiging van een kabinet dat valt, omdat een minister zijn werk doet en gewoon weggestuurd kan worden als dat niet het geval is. Daar loopt geen politieke partij schade van op. Een bekwaam minister kan ook gewoon blijven zitten na verkiezingen omdat hij/zij niet partijgebonden is.
– Op die manier zit iedere partij in de coalitie, want er is helemaal geen oppositie meer. Wat de coalitiepartijen elkaar nu gunnen, omwille van de coalitie, gaan we in dit systeem elkaar allemaal van alles gunnen, want iedereen is coalitie.
– Op die manier zal ieder gesprek een goed gesprek worden en niet verzanden in jij-wij, in macht, in de zoektocht naar de kiezer voor de volgende verkiezingen, maar op zoek naar de kiezer vanwege de lange termijngedachte die jouw partij zo goed en aantrekkelijk maakt.

Voorbeeld: de asielzoekerskwestie wordt heel zwart-wit gespeeld. Zo zwart-wit dat die in feite groter gemaakt wordt dan die in werkelijkheid is. Daar is electoraal gewin uit te halen, daarom. Maar dat polariseert ook. Het ene kamp verwijt het andere kamp. Vanwege de oogkleppen zien we niet dat arbeidsmigranten veel meer druk op de samenleving veroorzaken, terwijl die werk verrichten in sectoren waar je je van af kunt vragen of we die wel overeind moeten willen houden. De zwart-wit-standpunten leiden ook tot discussie over wel of niet de grens dicht doen. Maar ze leiden zo goed als niet tot een discussie hoe we zouden kunnen voorkomen dat mensen moeten vluchten. Precies dat gesprek heb je binnen de kortste keren op tafel als je serieus met elkaar in gesprek gaat. Er ontstaat altijd wel een gezamenlijke ondergrens.

Een gezamenlijke ondergrens. Wij weten wel een mooie naam daarvoor: laten we geluk centraal stellen. Ja, dan heb je de eerste discussie al te pakken. Hoe definieer je geluk… wedden dat we daar verrassend makkelijk uit komen?

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden.
Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Meer over

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden. Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *