Geluk als motor van de economie: van alles boven de 65.000 word je niet meer gelukkig

Interessant? Deel het artikel

martijn burger open universiteit
Fotografie: Peter Strelitski
Dit artikel mochten we overnemen uit het digitale magazine van de Open Universiteit
Tekst Ingrid Beckers
‘Een inkomen van 65.000 euro is het kantelpunt; alles daarboven leidt niet tot meer geluk.’ Martijn Burger, hoogleraar Economie van het geluk, onderzoekt aan de Open Universiteit wat werknemers wél happy maakt. ‘Op de eerste plaats omdat ik als wetenschapper wil bijdragen aan een groter geluk voor zoveel mogelijk mensen. En vanuit bedrijfseconomisch perspectief is het goed voor de winstresultaten om kaders te scheppen waarbinnen medewerkers kunnen floreren.’

‘Geluk: het blijft een lastig woord’, lacht Martijn Burger (39). ‘Want ja: wat is geluk? Ten onrechte wordt het vaak geassocieerd met een kort moment van plezier: die romantische zonsondergang met een geliefde, een fijn uitje met het gezin, het eerste kopje koffie in de ochtend… Iets voor thuis in elk geval, niet iets voor op de werkvloer.’

Geluk op de agenda

‘Vooral op financiële afdelingen binnen organisaties en bedrijven reageren mensen daarom snel ongemakkelijk als geluk op de agenda staat. ‘Moeten we het daar echt over hebben? Is er iets mis dan?’ Ze vinden het soft en hebben zoiets van: laat mij nou maar gewoon mijn werk doen.’ De gelukshoogleraar heeft ervan geleerd. ‘Praten over emoties is lastig, maar als we het hebben over de balans tussen werk en privé of waardering, dan stijgt de animo.’

Sinds 2021 bekleedt econoom en socioloog Burger de nieuwe leerstoel ‘Economie van het geluk’ aan de faculteit Managementwetenschappen van de Open Universiteit. De leerstoel wordt gefinancierd door de Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO), waarvan Burger wetenschappelijk directeur is. Aan de Open Universiteit wil hij zowel fundamenteel als toegepast onderzoek doen naar de relatie tussen geluk, werk en welvaart een stap verder brengen. En dan geluk in de zin van: ‘De mate waarin mensen zich tevreden en prettig voelen met het leven als geheel. Behalve gezondheid en sociale relaties speelt daarbij de combinatie van werk en inkomen een belangrijke rol.’

Geld maakt dus wel gelukkig?

‘Een hoger inkomen brengt vaker een hoger geluksniveau. Want je kunt dan meer dingen doen waar je gelukkig van wordt. Maar het verband met geld wordt overschat. Een huishoudinkomen van 75.000 dollar (omgerekend circa 67.000 euro, red.) is het kantelpunt; alles daarboven leidt niet tot meer welbevinden. Het bruto-inkomen van huishoudens in Nederland is volgens de laatste cijfers van het CBS gemiddeld 68.500 euro. Belangrijker dan het bedrag onder de streep is groeiperspectief. En een fair salaris. Dat de manager meer verdient dan de stagiair snapt iedereen. Maar verdien je minder dan je collega die hetzelfde werk doet, of – helemaal uit den boze – omdat je toevallig een vrouw bent, dan kan dat het geluk behoorlijk drukken.’

Wat speelt nog meer een rol?

‘Inhoud van werk, waardering, managementstijl, verbinding met collega’s en de balans tussen werk en privé.’

Jij weet natuurlijk als geen ander hoe het moet: welk gelukscijfer geef je jezelf?

‘Een 8+: iets boven het landelijk gemiddelde van 7,6.’

Wetenschappelijk onderzoek maakt jou gelukkig

‘Ja, mijn werk draagt daar voor een groot deel aan bij. En ik vind het leuk om andere paden in te slaan. Aan iets nieuws te bouwen. Aan de Open Universiteit wil ik vooral met onderzoekers uit andere disciplines, zoals de organisatiepsychologie en managementwetenschappen, antwoorden vinden op de vraag: hoe zorgen we voor een groter geluk voor een groter aantal mensen. Ik ben ervan overtuigd dat je door het combineren van inzichten uit verschillende wetenschapsdisciplines beter maatschappelijke vraagstukken kan oplossen.’

Wat is het belang van onderzoek naar geluk op het werk?

‘Door onze kennis over geluk te vergroten en te delen, kunnen we mensen helpen betere individuele keuzes te maken op het vlak van werk. Dat is één. Vanuit bedrijfseconomisch perspectief is dat interessant omdat geluk zorgt voor meer productiviteit, creativiteit en minder ziekteverzuim. Het is goed voor de winstresultaten om kaders te scheppen waarbinnen medewerkers kunnen floreren. Vanuit overheidswege geldt: gelukkige burgers zijn betere burgers. Ze veroorzaken minder problemen, zijn hulpvaardiger en betalen beter belasting.’

Gelukseconomie wordt als onderzoeksgebied pas sinds kort serieus genomen

‘Klopt, economie heeft een hoog ivorentorengehalte: onderzoekers houden zich relatief veel bezig met het verbeteren van statistische methodes en roeren zich te weinig in het maatschappelijk debat. Mijn eigen vakgenoten zagen onderzoek naar geluk lange tijd als een beetje zweverig en te soft. Data ontbraken en de gedachte was dat geluk alleen subjectief meetbaar is.’

‘In ons land heeft geluksprofessor Ruut Veenhoven, inmiddels met emeritaat, zijn hele leven gevochten voor vestiging van het vakgebied. Internationaal zette econoom Richard Easterlin het thema op de kaart met een artikel waarin hij aantoont dat economische groei niet samengaat met groei in geluk. Dat artikel is uit 1974, maar werd pas veel later een leidraad in het veld. De relatie tussen werk, welvaart en individueel welbevinden wordt pas sinds een jaar of twintig, dertig veelvuldig onderzocht.’

Inmiddels staat geluk meer centraal in ons doen en laten en wint het thema aan populariteit. Zelf kwam Martijn Burger toevallig bij de gelukseconomie terecht. De interesse voor wetenschap erfde hij van zijn vader, die hoogleraar gynaecologie is aan het Amsterdam Medisch Centrum. ‘Niet dat we thuis veel over zijn onderzoek spraken, hoor. Het was vooral die mooie oratie in toga die op mij als vijftienjarige jongen veel indruk maakte.’ Burger was ‘net iets te bang voor bloed en dood om dokter te worden’. Dus koos hij voor een brede bachelor: Liberal Arts and Sciences aan de Universiteit van Utrecht. Na twee masters in economie en sociologie promoveerde hij in de ruimtelijke economie aan de Erasmus Universiteit op onderzoek omtrent verstedelijking en productiviteit. Van daaruit kwam hij bij researchorganisatie EHERO terecht.

‘De onderzoeksvragen die ze daar opwierpen naar geluk spraken me aan’, vervolgt Burger. En er waren raakvlakken met mijn achtergrond in de ruimtelijke economie. ‘Zo verwonderde ik me over de trek van gelukszoekers naar de stad. Mensen denken dat de stad geweldig is om te wonen. Kijk je naar de cijfers, dan zijn mensen op het platteland gelukkiger. Waar ligt dat aan? Is het de demografische samenstelling of speelt de stad als minder goede woonomgeving een rol? Stedelijk geluk is vooral weggelegd voor jong, rijk en hoog opgeleid zonder kinderen.’

Wat zijn de vraagstukken die jij wilt oplossen?

‘Nou, we weten nu vooral wat niet werkt om ervoor te zorgen dat medewerkers lekker in hun vel zitten. Bedrijven strooien vaak dure trainingen over medewerkers uit in de categorie ‘one size fits all’. Vijftig tot zeventig procent van die interventies, zoals cursussen time management, mislukken. Mensen hebben al snel het gevoel dat ze iets extra’s moeten doen. Of denken: daar gaan we weer! Soms levert een training wél een positief gevoel op. Maar dat is vaak tijdelijk omdat goede bedoelingen stranden door gebrek aan follow-up. Ik wil weten: wat werkt voor wie, onder welke omstandigheden? Zodat we individueel maatwerk kunnen gaan leveren voor meer werkgeluk.’

Hybride is de nieuwe norm: wat betekent dat voor ons geluk?

‘Ook dat verschilt sterk per persoon. Corona laat zien hoe veerkrachtig werknemers kunnen zijn en hoe snel ze zich aanpassen aan een nieuwe situatie. Er zijn mensen die opbloeien door minder reistijd, minder afleiding op kantoor, etc. Maar een deel mist thuis de omgang met collega’s, heeft moeite met zelfstandig werken of ontbreekt het gewoon aan een goede werkplek. Deze medewerkers lopen het risico vast te lopen als ze deels thuiswerken en gaan minder goed functioneren. Het is dus de kunst om goed in de gaten te houden welke mensen dat zijn. In het algemeen kun je zeggen: autonomie bevordert het welzijn van werknemers. Maar meer vrijheid brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Meer rechten betekent meer plichten. En daar wordt weer niet iedereen blij van.’

Individueel geluk en de stuurbaarheid daarvan, zeg jij, is nog een black box. Wat kunnen werkgevers wel al doen?

‘Op de eerste plaats: behandel medewerkers niet als human resource maar als mens. Inzetten op geluk betekent dat leidinggevenden met hun medewerkers moeten praten. Oprechte interesse tonen, open vragen stellen en goed luisteren. Tevredenheidsenquêtes waarin mensen aspecten van hun werk – veiligheid, collegialiteit, groeimogelijkheden, balans tussen werk en privé – kunnen waarderen met een cijfer zeggen niet alles, maar ze vormen wel een startpunt om met elkaar in gesprek te gaan over het échte verhaal achter de cijfers. Dat is meestal heel persoonlijk en divers, merk ik uit onderzoek bij grote organisaties. Zo scoorde een bedrijf heel laag op de balans tussen werk en privé. Wat bleek: werknemers moesten een verlofdag inleveren voor het teamuitje. Het probleem lag dus bij de stijl van leidinggeven.’

Momenteel doe je veel onderzoek in onderwijs- en zorginstellingen. Sectoren waarin zowel de onvrede als het personeelstekort enorm is

‘Om personeel te behouden, wordt in beide sectoren op dit moment geld uitgetrokken voor onderzoek. Maar onderwijs en zorg staan ook bovengemiddeld open voor het thema geluk. Verhoging van het salaris helpt om personeel binnen te houden. We weten dat mensen die zich gewaardeerd voelen gelukkiger zijn en dus minder geneigd zijn weg te gaan. Maar waardering zit niet alleen in geld. Ook in gehoord worden, ontwikkelingsmogelijkheden, complimenten krijgen en respect vanuit de maatschappij.’

Een schouderklop van de baas, zo simpel kan het toch niet zijn?

‘Soms zijn interventies verbazingwekkend simpel. In een zorginstelling kwam een team zelf met het idee om mensen met kinderen na negen uur te laten beginnen. Sinds die regel is ingevoerd, voelen medewerkers zich minder gejaagd. Een ander mooi voorbeeld is de actie van topman Dan Price die alle medewerkers van het bedrijf Gravity Payments een minimuminkomen van 70.000 dollar geeft, zodat ze geen geldzorgen meer hebben.’

Zijn er ook dingen die averechts werken?

‘De vergelijking met mensen die het ogenschijnlijk beter hebben, is killing. Er is een beroemd onderzoek onder loterijwinnaars en -verliezers die in dezelfde straat wonen. De winnaars hadden een auto gewonnen of kochten kort na de jackpot een nieuwe dure. Daarop werden de verliezers ontevreden met hún auto en kochten ook een nieuwe. Hoe we ons inkomen waarderen is niet alleen afhankelijk van wat we ermee kunnen doen, maar wordt in belangrijke mate bepaald door hoeveel anderen – zoals wij – verdienen.’

Terwijl het beter is je zegeningen tellen. Zo slecht hebben we het niet in Nederland?

‘Nee, we wonen nog steeds in een van de gelukkigste landen ter wereld. In een vrije samenleving met een sterke sociale welvaart en inkomens die niet te veel uiteen lopen. Alhoewel de ongelijkheid in ons land toeneemt, zijn we nog steeds een van de meest gelijke landen ter wereld in termen van geluk. Het verschil in geluksbeleving tussen hoge en lage inkomens is bij ons 0,5 op een tienpuntenschaal. Toch blijkt ook uit onderzoek dat vijftien procent van de mensen zich niet zo gelukkig voelt, ze geven zichzelf een zes of zelfs lager. Dat zijn twee miljoen mensen en tijdens de coronapandemie is het geluk in Nederland gedaald. Niks in vergelijking met een ontwikkelingsland, maar er is nog genoeg te doen. Als onderzoeker streef ik naar een betere kwaliteit van leven voor zoveel mogelijk mensen. We moeten en kunnen beter.’

Over Martijn Burger

Prof. dr. Martijn Burger (1982) is sinds 2021 bijzonder hoogleraar Economie van het geluk aan de faculteit Managementwetenschappen van de Open Universiteit. De leerstoel is voor vijf jaar ingesteld in samenwerking met het onderzoeksinstituut EHERO (Erasmus Happiness Economics Research Organisation). Burger is academisch directeur van EHERO en universitair hoofddocent Industriële en regionale economie bij de capaciteitsgroep Toegepaste Economie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast is hij lid van het bestuur van de International Society for Quality of Life Studies. Na twee masters in economie en sociologie promoveerde hij in 2011 cum laude aan de Erasmus Universiteit op onderzoek omtrent verstedelijking en productiviteit.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden.
Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Meer over

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden. Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.