Wat wij zien, is een samenleving die op papier nog altijd sterk is, maar waarin het fundament onder druk staat. Niet incidenteel, maar structureel. Nederlanders zijn in veertig jaar niet zo pessimistisch geweest over hun toekomst als nu. Dat is geen stemming die je wegzet als tijdelijk of irrationeel. Het is een collectieve ervaring die voortkomt uit een diep gevoel van onzekerheid. Een gevoel dat mensen de grip op hun leven langzaam zien verdwijnen.
De kern van dat probleem ligt niet bij individuen, maar bij de omstandigheden waarin zij leven. Iedereen heeft recht op geluk, maar dat recht bestaat alleen als de samenleving zo is ingericht dat mensen daadwerkelijk kunnen floreren. Zolang geluk wordt gepresenteerd als een persoonlijke verantwoordelijkheid, blijven we voorbijgaan aan het feit dat systemen en structuren bepalen wat mogelijk is. Geluk is geen eindpunt van individueel succes, maar een resultaat van collectieve keuzes.
“Pessimisme is geen zwakte maar een wake-up call voor een systeem dat niet meer aansluit op het leven van mensen”
De signalen zijn overal zichtbaar. Wonen is voor een groeiende groep mensen geen stabiele basis meer, maar een voortdurende bron van onzekerheid. Starters komen er niet tussen, middeninkomens raken klem en zelfs mensen met vaste banen ervaren dat een huis geen vanzelfsprekendheid meer is. De woningmarkt functioneert steeds minder als een voorziening en steeds meer als een verdienmodel. Daarmee raakt het aan de kern van bestaanszekerheid. Zoals initiatiefnemer en bestuursvoorzitter Wim-Heerke Spronk het scherp formuleert: “Een huis is geen marktproduct maar de basis van een menswaardig bestaan. Als wonen onzeker wordt, wankelt het hele leven.” Het kabinet onder leiding van Rob Jetten erkent deze problematiek en zet in op versnelling van bouw, aanpassing van regelgeving en het vergroten van aanbod. Maar de fundamentele vraag blijft grotendeels onaangeraakt. Is wonen een recht of een markt? Zolang die vraag niet expliciet wordt beantwoord en vertaald in beleid, blijft de woningcrisis zich herhalen in nieuwe vormen. Dan blijven we bouwen aan oplossingen binnen een systeem dat zelf de oorzaak is van de spanning.
Hetzelfde patroon zien we bij bestaanszekerheid. De intentie om het stelsel te vereenvoudigen en vertrouwen te herstellen is zichtbaar. Maar in de praktijk blijft het systeem complex, afhankelijk van toeslagen en gevoelig voor fouten. Voor veel mensen betekent dat geen rust, maar voortdurende alertheid. Het verschil tussen rondkomen en in de problemen komen blijft klein en onzeker. Dat is geen basis voor geluk, maar voor stress. In de zorg zien we een ontwikkeling die minstens zo fundamenteel is. De druk op het systeem neemt toe, terwijl de menselijke maat steeds verder naar de achtergrond verdwijnt. Efficiëntie en kostenbeheersing zijn leidend geworden, terwijl zorg in de kern draait om aandacht, nabijheid en vertrouwen. Mede-oprichter en orthopedagoog Mia Nijland waarschuwt terecht: “Wat we zien is geen hervorming maar een geleidelijke afbraak. De menselijke maat verdwijnt uit de zorg en daarmee ook de essentie van wat gezondheid werkelijk betekent.”
Tegelijkertijd voltrekt zich op mondiaal niveau een verschuiving die directe impact heeft op het dagelijks leven van mensen. Geopolitieke spanningen zijn geen abstract gegeven meer, maar een realiteit die voelbaar is in huishoudens en bedrijven. De oorlog in Oekraïne heeft Europa geconfronteerd met zijn afhankelijkheid van energie en grondstoffen. De verstoringen in mondiale handelsketens hebben laten zien hoe kwetsbaar onze economie is. Spanningen in het Midden-Oosten beïnvloeden energieprijzen en stabiliteit. En de strategische concurrentie tussen grootmachten zoals de Verenigde Staten en China bepaalt in toenemende mate de economische en technologische speelruimte van landen als Nederland. Het kabinet reageert op deze ontwikkelingen met maatregelen gericht op energie-onafhankelijkheid, strategische autonomie en economische weerbaarheid. Dat is begrijpelijk en noodzakelijk. Maar de verbinding met het dagelijks leven van mensen en hun welzijn blijft te vaak impliciet. Beleid wordt nog steeds primair gelegitimeerd vanuit economische en geopolitieke logica, terwijl de vraag zou moeten zijn hoe deze keuzes bijdragen aan het geluk en de zekerheid van burgers.
In die context speelt ook de rol van media een cruciale factor. Het publieke debat is de plek waar complexiteit wordt vertaald naar begrip. Maar wanneer dat debat wordt gedomineerd door incidenten, versimpeling en snelheid, gaat die functie verloren. Mede-bestuurder en journalist Harrie Kiekenbosch stelt het scherp: “De media zouden de samenleving moeten helpen begrijpen wat er speelt, maar blijven te vaak hangen in oppervlakkigheid en incidenten. Het publieke bestel is zijn diepgang grotendeels kwijt en daarmee ook zijn verantwoordelijkheid.” Het gevolg is een samenleving waarin mensen wel voelen dat er iets niet klopt, maar onvoldoende handvatten krijgen om te begrijpen wat er speelt en welke richting nodig is.
“Geluk is geen luxeproduct maar een maatschappelijke opdracht”
Daarom is het noodzakelijk om het fundament van onze samenleving opnieuw te definiëren. Niet vanuit deeloplossingen, maar vanuit samenhang. Niet vanuit systemen, maar vanuit mensen. Geluk moet daarbij het uitgangspunt zijn, niet als abstract ideaal, maar als concrete leidraad voor beleid. Dat vraagt om een fundament dat rust op vier gelijkwaardige pijlers. Gelijkwaardigheid, omdat zonder eerlijke kansen geen duurzame samenleving kan bestaan. Groen, omdat de kwaliteit van onze leefomgeving direct bepaalt hoe wij leven. Gezondheid, omdat welzijn meer is dan het afwezig zijn van ziekte. Gedrag, omdat systemen alleen functioneren als mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor elkaar. Deze pijlers komen samen in de thema’s die het dagelijks leven bepalen. Wonen, bestaanszekerheid, klimaat, onderwijs en zorg zijn geen losse dossiers, maar onderling verbonden voorwaarden voor een samenleving waarin mensen kunnen floreren.
Juist in het onderwijs ligt een sleutel tot verandering. Het huidige systeem is nog sterk gericht op standaardisatie en kennisoverdracht, terwijl de wereld vraagt om creativiteit, veerkracht en talentontwikkeling. “Onderwijs moet niet gaan over het vullen van lege vaten, maar over het aanwakkeren van talent en nieuwsgierigheid. Zie het kind, niet het systeem”, aldus Spronk. Dit vraagt om een fundamenteel andere benadering. Positief en horizontaal onderwijs waarin niet tekorten, maar mogelijkheden centraal staan. Waarin verschillen niet worden weggewerkt, maar benut. Waarin leren niet wordt gereduceerd tot prestaties, maar wordt gezien als ontwikkeling van de hele mens.
Wat opvalt, is dat in al deze domeinen dezelfde spanning zichtbaar is. We blijven systemen optimaliseren die hun grenzen hebben bereikt. We blijven denken in oplossingen die binnen bestaande kaders passen, terwijl juist die kaders ter discussie moeten staan. Het kabinet Jetten staat daarmee op een kruispunt. De eerste stappen laten ambitie zien, maar ook terughoudendheid. Er wordt bewogen, maar nog niet fundamenteel veranderd. De vraag is of er bereidheid is om die volgende stap te zetten. Om niet alleen te verbeteren wat er is, maar om opnieuw te ontwerpen wat nodig is.
“Zonder systeemverandering blijft geluk een individuele worsteling in plaats van een collectieve verantwoordelijkheid”
Het groeiende pessimisme onder Nederlanders moet niet worden gezien als een probleem dat moet worden gemanaged, maar als een signaal dat serieus genomen moet worden. Het laat zien dat mensen voelen dat het anders moet. Dat de huidige manier van organiseren niet langer volstaat. Daar ligt ook de kans. Want waar het schuurt, ontstaat ruimte voor verandering. Mits we bereid zijn om verder te kijken dan symptoombestrijding. Mits we durven te kiezen voor een andere koers.
“Geluk centraal stellen is geen naïeve gedachte. Het is een strategische keuze” volgens Spronk. Een keuze om beleid, economie en samenleving te richten op wat er werkelijk toe doet. Het betekent dat we erkennen dat geluk geen individueel project is, maar een collectieve verantwoordelijkheid. Dat we systemen ontwerpen die mensen ondersteunen in plaats van belemmeren. En dat we opnieuw definiëren wat vooruitgang betekent. Iedereen heeft recht op geluk. Maar dat recht vraagt om omstandigheden die dat mogelijk maken. Dat vraagt om leiderschap dat durft te vernieuwen. Om politiek die niet alleen reageert, maar richting geeft. Om een samenleving die kiest voor samenhang boven versnippering.
De verenigde vooruitdenkers en wetenschappers van Geluk Centraal geloven wij dat dit moment vraagt om die keuze. Niet morgen, maar vandaag. Want een samenleving die geluk centraal stelt, is geen utopie. Het is een noodzakelijke volgende stap. Een stap naar een Nederland waarin mensen weer perspectief ervaren, waarin vertrouwen kan groeien en waarin geluk niet langer afhankelijk is van toeval, maar het resultaat wordt van bewuste, gezamenlijke keuzes.



