Waar ik Tim ook in volg, is zijn kritiek op de neiging om het basisinkomen als dé grote uitvinding in elk armoededebat op tafel te leggen. Het lijkt soms op zijn ‘wet van ’S Jongers’: spreek over armoede en binnen drie vragen zit er iemand in de zaal die “Basisinkomen nu!” roept. Daarmee overschreeuwen we vaak de complexiteit van het leven van mensen die in armoede zitten, én we kijken weg van de vraag hoe krankzinnig ingewikkeld ons huidige systeem is ingericht.
Precies daar probeer ik een stap verder te denken. Ik ben het met ‘S Jongers eens dat een klassiek, vlak basisinkomen niet de heilige graal is. Maar ik zie wel dat het huidige stelsel van toeslagen, uitkeringen en fiscale regelingen structureel onzekerheid, afhankelijkheid en ongelijkheid produceert. Daarom heb ik het concept van het Maatschappelijk Inkomen in relatie tot een Maatschappelijke Bijdrage uitgewerkt: niet als nog een laagje bovenop het bestaande, maar als een alternatief fundament.
Waar ‘S Jongers artikel ‘Met het basisinkomen los je armoede nog niet op‘ in de De Correspondent helder laat zien dat ‘meer geld’ alleen geen antwoord is op chronische armoede, wil ik laten zien hoe we tegelijk op een andere manier met inkomen, zekerheid en bijdrage kunnen omgaan.
Het probleem zit niet alleen in het bedrag, maar in de manier van organiseren. De toeslagenaffaire is daar de extreem zichtbare uitwas van, maar voor heel veel mensen is de alledaagse realiteit ook zonder affaire al slopend. Wie afhankelijk is van huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en bijzondere bijstand, leeft permanent in een administratief mijnenveld. Een extra paar uur werken kan netto nauwelijks iets opleveren of zelfs geld kosten. Een foutje in een formulier kan maanden later leiden tot terugvorderingen. Mensen durven geen stap meer te zetten uit angst iets kwijt te raken. Dat raakt niet alleen de allerarmsten. Ook mensen net boven de armoedegrens, de precair werkenden, de werkende armen, ervaren het systeem als onvoorspelbaar en vijandig. Het is een stelsel dat pas achteraf corrigeert in plaats van vooraf zekerheid te bieden. Daarmee houdt het mensen vast in overleven, in plaats van hen te helpen echt mee te doen.
“Voorbij een basisinkomen naar bestaanszekerheid die meebeweegt met het leven”
Ik deel Tim’s conclusie dat een basisinkomen van bijvoorbeeld 1.300 euro voor iedereen, los van context, in Nederland niet automatisch de mensen helpt die het diepst in de problemen zitten. Maar ik denk dat we de mislukking van het klassieke basisinkomen niet moeten aangrijpen om terug te vallen op de lapmiddelen van het huidige systeem. We hebben een eenvoudiger en eerlijker fundament nodig, dat vooraf duidelijkheid schept en meebeweegt met het leven van mensen. Daarom stel ik het Maatschappelijk Inkomen voor: een gegarandeerd, begrijpelijk en levensfase-afhankelijk inkomensfundament, van geboorte tot overlijden. Geen doolhof van toeslagen en uitzonderingen, maar één helder systeem dat aan de voorkant zekerheid geeft. Het idee is in essentie eenvoudig. Iedereen heeft recht op een basis die past bij de levensfase. Een kind krijgt via de ouders een kindfase-bedrag. Een student een studiefase-bedrag, onafhankelijk van het inkomen van de ouders. Een werkende een werkfase-basis die nooit wegvalt als hij of zij tijdelijk minder verdient. Een mantelzorger of iemand in een kwetsbare fase krijgt ondersteuning zonder te hoeven vechten met formulieren en bewijslast, Dat noem ik Maatschappelijke Waarde. Een oudere krijgt een pensioenfase-bedrag zonder een stapel ingewikkelde aanvullingen. Niet als gunst, maar als onderdeel van het sociaal contract. In plaats van een doolhof van regelingen stel ik een menukaart voor. Per levensfase is helder wat de basis is en welke extra keuzes iemand kan maken. Dat kan gaan over opleiding, zorg, tijd voor kinderen, ondernemerschap, mantelzorg of vrijwilligerswerk. Daardoor wordt betrekkelijk eenvoudig zichtbaar welke vormen van Maatschappelijke Bijdrage iemand levert: betaald werk, zorg, leren, vrijwilligerswerk, ondernemerschap. Niet alles hoeft in euro’s te worden uitgedrukt om maatschappelijk waardevol te zijn.
Een sturend mechanisme aan de voorkant
De crux is dat het systeem van en Maatschappelijk Inkomen aan de voorkant stuurt in plaats van aan de achterkant te repareren. Het Maatschappelijk Inkomen voorkomt de armoedeval doordat alles wat je bovenop die basis verdient, in principe echt van jou blijft. Werken loont altijd. Zorgen loont. Deelnemen loont. Mensen worden niet langer gestraft als ze een stap vooruit proberen te zetten, maar krijgen juist ruimte om hun talenten te ontwikkelen. Daarmee kom ik bij de financiering en de Maatschappelijke Bijdrage. Waar jij terecht laat zien dat een klassiek basisinkomen financiën-technisch vaak op drijfzand staat, pleit ik voor het expliciet koppelen van het nieuwe inkomensfundament aan een transparante en eerlijke vorm van bijdragen. In plaats van een wirwar aan belastingvormen en toeslagen stel ik voor om eenvoudiger te gaan heffen en dat ook zo te presenteren. Ik spreek bewust over Maatschappelijke Bijdrage in plaats van belasting. Niet om met een nieuw woord oude praktijken te verhullen, maar om te benadrukken wat er werkelijk gebeurt: we leggen geld bij om collectieve voorzieningen mogelijk te maken. Onderwijs, zorg, mobiliteit, energie, veiligheid, sociale infrastructuur. Dat zou zichtbaar moeten zijn, bijvoorbeeld in een symbolische groene envelop: één helder overzicht van wat je bijdraagt, en waar het geld naartoe gaat.
Een eenvoudiger, bij voorkeur vlakker en breder belastingstelsel kan vervolgens de bestaande toeslagen en veel aftrekposten vervangen. Inkomen uit arbeid, vermogen, rendement en erfenissen wordt in de kern gelijker behandeld. Wie veel heeft, draagt meer bij, maar zonder dat daar weer een doolhof van uitzonderingen en gunstregimes omheen ontstaat. De opbrengst vloeit terug naar het Maatschappelijk Inkomen en naar collectieve voorzieningen. Zo ontstaat een gesloten en begrijpelijke cirkel van ontvangen en bijdragen.
“Maatschappelijk Inkomen als alternatief voor toeslagen en lapwerk”
Ik geloof dat dit juist de kansengelijkheid kan vergroten waar ‘S Jongers ook op wijst. In zijn artikel benadrukt hij dat mensen in armoede vaak niet alleen geld tekortkomen, maar ook gezondheid, netwerk, vaardigheden en vertrouwen. Mijn idee voor een Maatschappelijk Inkomen dat gekoppeld is aan een menukaart van mogelijkheden kan precies daar verschil maken. Niet door alles op te lossen met een maandelijks bedrag, maar door mensen rust te geven aan de onderkant, zodat zij hun schaarse energie niet langer hoeven te besteden aan overleven en papieren, maar aan ontwikkeling, zorg en participatie.
Dat vraagt natuurlijk meer dan een rekensom. Het veronderstelt een ander mensbeeld dan het wantrouwen dat nu in veel systemen zit ingebakken. In plaats van de burger als potentiële fraudeur, kiezen we de burger als volwaardige deelnemer. In plaats van eindeloos controleren of iemand nog wel voldoet aan de voorwaarden, erkennen we dat bijna iedereen iets wil bijdragen als de basis op orde is. Internationaal onderzoek naar basisinkomen-achtige experimenten laat dit ook zien: mensen trekken zich niet massaal terug, maar maken andere, vaak gezondere en maatschappelijk waardevollere keuzes wanneer hun bestaanszekerheid niet voortdurend onder druk staat.
Tijd voor een eerlijk en eenvoudig sociaal fundament
Ik deel dus volledig ‘S Jongers waarschuwing tegen het basisinkomen als magisch touw uit het armoedemoeras. Maar waar hij eindigt bij de terechte constatering dat een basisinkomen alleen niet voldoende is, wil ik een stap verder gaan en voorstellen om het gesprek te verleggen. Niet: basisinkomen ja of nee. Wel: durven we een Maatschappelijk Inkomen en Maatschappelijke Bijdrage vorm te geven die de complexiteit aan de achterkant drastisch vermindert en kansen aan de voorkant vergroot? In mijn boek “Het leven is geen generale repetitie” werk ik dit momenteel verder uit, maar ik zie ‘S Jongers analyse als belangrijke bijdrage in dit bredere gesprek. Tim fileert de illusie dat gratis geld de diepe oorzaken van armoede oplost. Ik probeer een voorstel te doen voor een begrijpelijk systeem dat eenvoud, zekerheid en participatie voorop zet, en dat meebeweegt met de levensloop van mensen.
Graag ga ik daarover met Tim ‘S Jongers en andere vooruitdenkers, beleidsmakers, politici en wetenschappers verder in gesprek. Want als we het erover eens zijn dat het huidige stelsel mensen klemzet en dat het klassieke basisinkomen de problemen niet oplost, dan hebben we de verantwoordelijkheid om samen naar een derde weg te zoeken. Voor mij is dat het Maatschappelijk Inkomen in relatie tot de Maatschappelijke Bijdrage: een eenvoudig en begrijpelijk fundament dat mensen uit de overleefstand haalt en ze weer echt laat meedoen.



