Samen met de verenigde vooruitdenkers van Geluk Centraal vraag ik echter af: “Waarom zou het kunnen reizen met het openbaar vervoer niet een fundamenteel recht moeten zijn, net als bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs, energie, veiligheid en huisvesting?”
Samen met de verenigde vooruitdenkers onderzoeken we waarom het openbaar vervoer in Nederland niet (nagenoeg) gratis zou kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld in Duitsland en Luxemburg. En waarom zouden we het als een basisbehoefte moeten beschouwen die gefinancierd wordt door het collectief via een maatschappelijke bijdrage (volgens mij een beter woord voor belasting). Graag wil ik benadrukken dat we bij Geluk Centraal liever spreken over ‘inclusief’ dan over gratis. Het is natuurlijk niet gratis, maar we betalen het samen.
“Mobiliteit is een fundamenteel recht”
In veel landen wordt openbaar vervoer gezien als één van de fundamenten van een goed functionerende samenleving. Het biedt niet alleen mobiliteit, maar verbindt mensen, bevordert gelijkheid en draagt bij aan de gezondheid van de maatschappij. Wanneer openbaar vervoer alleen toegankelijk is voor degenen die zich het kunnen veroorloven, wordt een essentieel stuk van de samenleving buiten bereik gesteld voor mensen met minder financiële middelen. Dit kan sociale ongelijkheid versterken en zorgen voor een verdere scheiding van de ‘happy few’ en de rest van de samenleving.
In Nederland zouden we in het algemeen moeten nadenken over systeemvereenvoudiging en in het kader van gelijkheid over de vraag waarom reizen met het openbaar vervoer geen basisrecht is. Het is niet alleen een kwestie van comfort of luxe, maar van toegankelijkheid. Het kunnen verplaatsen binnen je eigen land is essentieel om actief deel te nemen aan de samenleving, werk te vinden, sociale relaties te onderhouden en toegang te krijgen tot gezondheidszorg en onderwijs.
Wat zou het kosten om openbaar vervoer (nagenoeg) gratis te maken?
Het idee dat openbaar vervoer gratis zou kunnen zijn, wordt vaak weggewuifd vanwege de hoge kosten die hiermee gemoeid zouden zijn. Maar is dat echt het geval? Volgens schattingen zou het openbaar vervoer in Nederland jaarlijks ongeveer 4 miljard euro kosten. Dit zou het bedrag zijn dat de staat zou moeten investeren om het systeem gratis toegankelijk te maken, wat de inkomsten die nu gegenereerd worden uit vervoersbewijzen en abonnementen zou compenseren.
Het is belangrijk om te benadrukken dat deze schatting gebaseerd is op gegevens uit 2024 en dat de werkelijke kosten kunnen variëren, afhankelijk van factoren zoals inflatie, operationele kosten en het aantal reizigers. Toch lijkt het op het eerste gezicht niet onhaalbaar om dit bedrag te vinden binnen de jaarlijkse begroting van de staat, vooral wanneer we kijken naar andere, vaak minder productieve uitgaven.
Meer investeren in openbaar vervoer is de oplossing
In plaats van het openbaar vervoer verder af te breken, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien met de opheffing van lijnendiensten in landelijke gebieden zoals Drenthe en Groningen, zou de overheid juist moeten investeren in het openbaar vervoer. Deze lijnen sluiten vaak hele regio’s van de samenleving af van de rest van Nederland, wat kan leiden tot isolement en een verminderde kans op economische en sociale participatie.
De oplossing zou simpel kunnen zijn: verplaats middelen van andere, vaak minder strategische uitgaven naar de financiering van openbaar vervoer. In plaats van bezuinigen op vitale diensten, kan de overheid overwegen om minder prioriteit te geven aan subsidies voor fossiele brandstoffen. Dit zou het budget vrijmaken om juist te investeren in duurzame en toegankelijke mobiliteit.
Een grondige herziening is nodig
Een belangrijk punt in het debat over het openbaar vervoer is de vraag waarom er nog bijvoorbeeld steeds enorme subsidies naar de fossiele sector gaan. Jaarlijks ontvangt de fossiele industrie in Nederland tussen de 39,7 en 46,4 miljard euro aan belastingvoordelen en subsidies. Deze subsidies omvatten belastingvrijstellingen voor kerosine in de luchtvaart, lagere accijnstarieven voor diesel en LPG, en vrijstellingen voor brandstofgebruik in de scheepvaart. Het is algemeen bekend dat de afbouw van deze subsidies noodzakelijk is om de klimaatdoelstellingen te halen en de transitie naar duurzame energie te versnellen.
“De afschaffing van fossiele subsidies zou op zijn beurt kunnen zorgen voor een aanzienlijke herverdeling van middelen”
Het geld dat nu naar fossiele brandstoffen gaat, kan veel effectiever worden besteed aan groene alternatieven zoals openbaar vervoer. Dit zou niet alleen bijdragen aan het verminderen van de CO2-uitstoot, maar ook zorgen voor een eerlijkere en meer gelijkwaardige samenleving.
Een sociaal verantwoord systeem
De gedachte dat het openbaar vervoer gratis zou moeten zijn, past in het bredere idee van een maatschappelijk inkomen (ons idee over een basisinkomen). Dit is een concept waarin alle mensen een eerlijke kans krijgen om deel te nemen aan de samenleving, ongeacht hun financiële situatie. Iedereen die zich bij wet Nederlander mag noemen heeft recht op een maatschappelijk inkomen. Dat begint in principe op de dag dat je geboren wordt en duurt tot de dag dat je sterft.
Je individuele situatie geeft de hoogte van de bijdrage aan. Daarbij moet je denken aan of je kind bent, naar de middelbare school gaat, student, samen een huis deelt, zorg nodig hebt, een baan hebt, 67-plusser, en zo zullen er vast meer categorieën komen, die je simpel kunt aan- of afvinken, om de hoogte van het maandelijkse inkomen te bepalen. Je kunt op de dag nauwkeurig vinkjes aan en uit laten zetten (via bijvoorbeeld een persoonlijke ID-kluis, daar zijn al wel heel mooie voorbeelden van), dus je krijgt altijd precies de juiste bijdrage.
We vinden dat iedere Nederlander genoeg geld moet hebben om essentiële keuzes te maken in zijn leven. Dat je een studie kunt oppakken als je dat wil, dat je als bijstandsmoeder de zorg voor je gezin voorop kunt stellen, dat je geen reisbeperking hebt als je rolstoelafhankelijk bent, dat je onfatsoenlijke voorwaarden voor een baan gewoon kunt weigeren…
Hoe hoog dat maatschappelijk inkomen moet zijn en wat je er allemaal mee moet kunnen doen, we vatten dat vooralsnog samen in ‘dat je er een gelukkig leven van kunt leiden, volgens de leidraad van gelijkheid en gezondheid, in een groene omgeving.
Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar het openbaar vervoer in Duitsland, zien we dat veel mensen bereid zijn om een maandelijks bedrag van 40 euro bij te dragen, zodat ze vrij kunnen reizen door heel het land. Dit draagt niet alleen bij aan het reduceren van de CO2-uitstoot, maar versterkt ook het gevoel van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid. Mensen kunnen zich verplaatsen zonder zich zorgen te maken over de kosten, wat hen in staat stelt om werk te vinden, familie en vrienden te bezoeken en toegang te krijgen tot allerlei andere belangrijke diensten.
Toegankelijk openbaar vervoer draagt bij aan meer geluk
Openbaar vervoer zou in Nederland niet langer een luxe moeten zijn, maar een basisvoorziening die toegankelijk is voor iedereen. De huidige benadering van het openbaar vervoer, waarbij steeds meer lijnen worden opgeheven en de kosten voor reizigers stijgen, draagt bij aan sociale uitsluiting en ongelijkheid. Door te juist te investeren in toegankelijk openbaar vervoer, zoals in Duitsland en Luxemburg, kunnen we een samenleving creëren die niet alleen duurzamer is, maar ook socialer en gezonder.
“Openbaar vervoer zou in Nederland niet langer een luxe moeten zijn, maar een basisvoorziening”
De benodigde middelen om openbaar vervoer (nagenoeg) gratis, of zoals ik het noem ‘inclusief’ te maken, zijn zeker binnen handbereik. Door bijvoorbeeld fossiele subsidies versneld af te bouwen en de financiële voordelen die we nu naar vervuilende sectoren sturen te herverdelen, kan de Nederlandse overheid ervoor zorgen dat openbaar vervoer niet alleen voor de ‘Happy Few’ bereikbaar is, maar voor iedereen. Dit draagt volgens mij niet alleen bij aan onze gezamenlijke doelen van gelijkheid, groen, gezondheid en geluk, maar ook aan een toekomstbestendige samenleving waarin mobiliteit voor iedereen mogelijk is en blijft.



