Het advies markeert tegelijkertijd een opvallende verschuiving in het denken over onderwijs. Ideeën waar ik al jaren samen met de vernieuwers, pedagogen en wetenschappers van Geluk Centraal al jarenlang aandacht voor vraag, krijgen nu steeds nadrukkelijker erkenning binnen het onderwijsdebat. Onze visie op positief onderwijs vertrekt vanuit een ander mensbeeld dan het traditionele systeem dat nog sterk is gebaseerd op standaardisatie, controle en meetbaarheid. Volgens deze benadering zijn kinderen geen lege vaten die gevuld moeten worden met kennis, maar unieke individuen met talenten, nieuwsgierigheid, creativiteit en intrinsieke motivatie.
De Onderwijsraad constateert dat het onderwijs de afgelopen jaren steeds meer verstrikt is geraakt in verschillende functies van toetsing. Toetsen die oorspronkelijk bedoeld waren om inzicht te geven in het leerproces, worden tegelijkertijd gebruikt om leerlingen te selecteren, scholen te vergelijken en de kwaliteit van onderwijs te beoordelen. Daardoor ontstaat een systeem waarin cijfers en meetbare prestaties centraal komen te staan, met toenemende prestatiedruk, stress en kansenongelijkheid als gevolg. In de praktijk leidt dat bovendien tot verschraling van onderwijs. Wanneer toetsresultaten bepalend worden, verschuift de aandacht van ontwikkeling naar prestatie. Leraren voelen druk om les te geven richting toetsen en leerlingen leren steeds vaker voor cijfers in plaats van vanuit nieuwsgierigheid of betrokkenheid. De raad waarschuwt terecht voor deze blikvernauwing, omdat onderwijs uiteindelijk een veel bredere opdracht heeft dan alleen het meten van cognitieve prestaties.
Juist daar sluit de visie van positief onderwijs naadloos op aan. Binnen die benadering staat niet het systeem centraal, maar het kind zelf. Goed onderwijs begint bij het zien van talenten, het stimuleren van eigenaarschap en het creëren van een omgeving waarin kinderen zich veilig, nieuwsgierig en gemotiveerd voelen. Internationale inzichten uit de positieve psychologie onderbouwen die gedachte steeds sterker. Onderzoek laat zien dat kinderen beter leren wanneer zij zich gezien voelen, autonomie ervaren en intrinsiek gemotiveerd zijn. Niet druk en controle, maar betrokkenheid, vertrouwen en betekenis vormen de basis voor duurzaam leren.
Een belangrijk onderdeel van het advies van de Onderwijsraad is daarom ook de oproep om het eigenaarschap van leraren te versterken. Leraren zouden meer ruimte moeten krijgen om zelf toetsen te kiezen of te ontwerpen die aansluiten bij het leerproces van hun leerlingen. Dat betekent een verschuiving van een systeem dat vooral draait om uniforme normen en controle naar een onderwijspraktijk waarin professionele autonomie en pedagogisch inzicht weer centraal staan.
“Dat is een wezenlijke verandering”
Een goede leraar ziet veel meer dan wat zichtbaar wordt in een toetsresultaat. Ontwikkeling laat zich niet volledig vangen in cijfers of spreadsheets. Eigenschappen als creativiteit, doorzettingsvermogen, samenwerking, empathie en zelfvertrouwen zijn minstens zo belangrijk voor de toekomst van kinderen, maar vaak moeilijk meetbaar. Toch zijn het juist die kwaliteiten die bepalen hoe mensen later functioneren in een snel veranderende samenleving. De Onderwijsraad benadrukt daarom terecht dat toetsresultaten altijd geplaatst moeten worden binnen bredere onderwijsdoelen. Decennialang lag de nadruk vooral op taal- en rekenprestaties, terwijl de wereld van morgen vraagt om veel meer dan alleen kennis. Creativiteit, probleemoplossend vermogen, flexibiliteit, sociale intelligentie en ondernemerschap worden steeds belangrijker. Een onderwijssysteem dat uitsluitend waarde hecht aan wat meetbaar is, loopt het risico juist die essentiële menselijke kwaliteiten te onderwaarderen.
Persoonlijk geloof ik daarom sterk in een horizontaal en modulair onderwijssysteem. Niet langer één rigide route waarin ieder kind op hetzelfde moment hetzelfde moet leren, maar een flexibel systeem waarin ruimte ontstaat voor verschillende leerstijlen, interesses en talenten. Leren verloopt immers niet lineair. Sommige kinderen ontwikkelen zich praktisch, anderen analytisch, technisch, sociaal of creatief. Goed onderwijs erkent die verschillen en helpt kinderen ontdekken waar hun kracht ligt. Vanuit die overtuiging ben ik ook nauw betrokken bij het MaakLab Arnhem. MaakLab staat letterlijk voor ‘doen en ontdekken’ en vormt een belangrijke en complementaire aanvulling op het reguliere onderwijs. Daar staan doen, ontdekken, experimenteren en creëren centraal. Kinderen leren er niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun handen, nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht. “Ze ervaren dat leren iets levends mag zijn, dat fouten maken onderdeel is van groei en dat ontwikkeling begint bij vrijheid en vertrouwen”, aldus Mariska de Vries, directeur en initiatiefnemer van het MaakLab.
“Wat is het doel van onderwijs in de 21e eeuw?”
Misschien raakt dat uiteindelijk wel de kern van de discussie die de Onderwijsraad nu opnieuw opent. Onderwijs zou niet in de eerste plaats moeten draaien om toetsen, selecteren en vergelijken, maar om het helpen groeien van mensen. Niet kinderen aanpassen aan een systeem, maar systemen ontwikkelen waarin kinderen werkelijk tot bloei kunnen komen. Deze aanbevelingen bieden een kans om verder te kijken dan alleen toetsing. Zij raken aan een veel fundamentelere vraag: wat is het doel van onderwijs in de 21e eeuw? Als we werkelijk werk willen maken van gelijke kansen, talentontwikkeling, welzijn en toekomstbestendige vaardigheden, dan vraagt dat om een bredere herziening van hoe we onderwijs organiseren en waarderen.
Daarom hoop ik dat onderwijsminister Rianne Letschert en staatsecretaris Judith Tielen de inzichten uit dit advies nadrukkelijk meenemen in de komende herstructureringsplannen voor het onderwijs. Niet alleen door de toetsdruk te verminderen, maar ook door ruimte te creëren voor onderwijs dat uitgaat van talenten, nieuwsgierigheid, creativiteit en eigenaarschap. Onderwijs waarin niet de tekortkomingen van kinderen centraal staan, maar hun mogelijkheden. Ook initiatieven zoals het MaakLab verdienen daarin een plek. Men laat hier zien hoe krachtig leren kan zijn wanneer doen, ontdekken, onderzoeken en creëren centraal staan. Juist dergelijke praktijkgerichte en innovatieve leeromgevingen kunnen een waardevolle aanvulling vormen op het reguliere onderwijs en bijdragen aan een meer horizontaal en modulair onderwijssysteem.
De uitdagingen van deze tijd vragen om meer dan kleine aanpassingen binnen bestaande structuren. Ze vragen om de moed om onderwijs opnieuw te ontwerpen vanuit de vraag wat kinderen nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Het advies van de Onderwijsraad kan daarbij een belangrijk kantelpunt zijn. Laten we deze kans benutten om een onderwijsstelsel te bouwen waarin ieder kind wordt gezien, zijn of haar talenten kan ontdekken en de ruimte krijgt om uit te groeien tot de beste versie van zichzelf.



