Praatclubjes: veel woorden, weinig daden

Ik zeg het maar zoals ik het ervaar: Nederland praat zichzelf op slot. Waar je ook kijkt, van Den Haag tot de lokale ondernemersvereniging, van brancheclubs tot goedbedoelde netwerkbijeenkomsten, overal wordt gepraat. We vergaderen, we adviseren, we organiseren conferenties en seminars. Maar écht besluiten nemen en iets uitvoeren? Dat gebeurt veel te weinig. Onze samenleving wordt gegijzeld door een overlegstructuur die haar eigen doel is geworden.

Interessant? Deel het artikel

Foto: WHS MEDIA

De bekendste praatclub van ons land is de regering zelf. Het ooit zo geroemde poldermodel, dat bedoeld was om consensus te bereiken, is verworden tot een logge machine die vooral tijd opslokt. Voor elk probleem wordt een nieuwe commissie opgetuigd, elke commissie schrijft een rapport, en dat rapport leidt weer tot een ronde nieuwe gesprekken. Intussen blijven urgente kwesties liggen. Het is een systeem dat vooral zichzelf voedt.

Als ondernemer merk ik dit dagelijks. Ik kan mijn weken vullen met het bijwonen van congressen, netwerkborrels, denktanks en praatclubs. Overal dezelfde dynamiek: men praat over duurzaamheid, over innovatie, over woningbouw, en iedereen presenteert een eigen ‘gouden ei’. Maar wie vraagt wat er na afloop werkelijk in beweging komt, ziet vaak… niets. Consultants en adviseurs buitelen over elkaar heen, schrijven dikke rapporten en vliegen vervolgens weer uit. Ik zeg het vaak een beetje vilein: “consultants zijn net meeuwen. Ze schijten hier en daar en laten je met de rommel achter.”

Laat ik een concreet voorbeeld geven. Al jaren probeert een groep betrokken ondernemers een noodzakelijk project in een Nederlandse gemeente, die ik niet zal benoemen, vlot te trekken. Het gaat om het huisvesten van arbeidsmigranten en starters, een nijpend maatschappelijk en economisch probleem dat iedereen herkent. De betreffende ondernemers hebben grond ter beschikking gesteld, de financiering is rond en het plan is helder: tweehonderd huizen die morgen zouden kunnen worden gebouwd. De wethouder is welwillend en ziet de noodzaak. Toch loopt het proces volledig vast bij het ambtelijk apparaat. Vergaderingen worden gepland en weer afgeblazen. Afspraken met hoge ambtenaren worden zorgvuldig voorbereid en dan op de dag zelf geannuleerd. Zelfs nadat de hoogste ambtenaren van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening betrokken werd, gebeurt er niets. De urgentie wordt telkens opnieuw onderschat. En zo blijven deze ondernemers die bereid zijn te investeren en te doen, telkens gefrustreerd en met lege handen achter. Het is een pijnlijk voorbeeld van hoe besluiteloosheid Nederland verlamt.

“Consultants zijn net meeuwen. Ze schijten hier en daar en laten je met de rommel achter”

Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Het is een spiegel van een land dat te veel vertrouwt op praten en te weinig op doen. Overal waar ik kom, hoor ik dezelfde thema’s: energietransitie, woningnood, arbeidsmarktkrapte, verduurzaming. Het zijn belangrijke onderwerpen, maar de manier waarop wij ermee omgaan is verstikkend. Voor ieder idee ontstaan drie werkgroepen, vijf rapporten en een conferentie in een conferentie. De drang om iedereen te horen en elk risico af te dekken, maakt dat niemand nog de verantwoordelijkheid neemt en lef toont om een besluit te forceren. We verwarren proces met resultaat. Nederland is verzadigd met adviseurs, strategen en consultants die allemaal hun eigen visie presenteren, terwijl vaak niemand ‘de schop in de grond zet’.

Hokjesdenken en een scheef beeld van ‘hoog’ en ‘laag’

Een belangrijke oorzaak ligt in het hardnekkige hokjesdenken. Samen met de verenigde wetenschappers en vooruitdenkers van Geluk Centraal heb ik hier al vaak op gewezen: we delen de samenleving op in vakjes. Links of rechts, stad of platteland, hoog- of laagopgeleid. We labelen mensen en ideeën, en sluiten daarmee samenwerking en creativiteit uit.

In het onderwijs zien we dezelfde scheiding. Nog steeds leeft het idee dat een universitaire opleiding je ‘hoger’ op de maatschappelijke ladder brengt dan een MBO-opleiding. Maar een samenleving kan niet alleen draaien op beleidsnota’s en powerpoints. We hebben vakmensen nodig die bouwen, installeren, repareren, verzorgen en creëren. Er bestaat geen hoog of laag onderwijs, er is alleen ander onderwijs.

Ik ben daarom een groot voorstander van het versterken van praktijkonderwijs. Laten we het MBO niet zien als een tweede keuze, maar als een fundament voor de toekomst. Als we jongeren leren met hun handen én hun hoofd te werken, geven we ze echte waarde mee. Want zonder doeners blijven plannen papieren dromen.

Hoe het anders kan en moet

Willen we dat Nederland weer vooruitkomt, dan moeten we een nieuwe cultuur omarmen. Een cultuur waarin praten niet verdwijnt, maar waarin het een middel is, geen eindpunt.

Allereerst moeten overheden en ambtenaren worden afgerekend op het daadwerkelijk realiseren van beleid. Niet op het aantal rapporten of vergaderuren, maar op het zichtbare resultaat. Gemeenten moeten meer mandaat krijgen en tegelijk duidelijke deadlines. Als een project niet binnen een redelijke termijn een besluit heeft, moet er een mechanisme zijn dat automatisch knopen doorhakt.

“Overleg kan nuttig zijn”

Daarnaast moeten we het lef hebben om prioriteiten te stellen. Niet elk idee verdient een werkgroep en een meerjarenplan. Sommige problemen vragen om directe actie. Geef ondernemers en vakmensen de ruimte om oplossingen te realiseren, en ondersteun hen in plaats van hen te verstrikken in procedures.

Ten slotte moeten we af van het beeld dat praten hoger staat dan doen. Vakmanschap is geen restcategorie. De mensen die huizen bouwen, wegen aanleggen, zorg verlenen en technische innovaties realiseren, verdienen dezelfde maatschappelijke waardering als de beleidsmakers en strategen.

Van woorden naar daden

Nederland heeft een rijke geschiedenis van aanpakken. Onze dijken, onze steden, ons openbaar vervoer, het zijn monumenten van lef en uitvoering. Die geest van doen is niet verdwenen, maar raakt verstikt onder een deken van overleg en risicomijding.

Het is tijd dat we die geest terugvinden. Dat we weer trots zijn op wie iets maakt, bouwt en oplost. Dat we stoppen met praten om het praten, en besluiten nemen die zichtbaar verschil maken. Ik geloof dat het kan. Maar het begint met een keuze. De keuze om niet nog een praatclub op te richten, maar om te handelen. Samenwerken en doen, dáár ligt de sleutel. Alleen dan geven we de volgende generatie een land dat niet vastloopt in vergaderingen, maar vooruitgaat met vertrouwen en daadkracht.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden.
Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Meer over

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden. Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *