“Gaan ze drinken nu ook al verbieden? Je mag ook niks meer!” is een reflex op het advies van de Gezondheidsraad aan de overheid, om anders tegen alcohol aan te kijken. Maar nee, er wordt niks verboden. Net als bij roken, kan het leiden tot veranderen van de norm. Onze samenleving hangt van dat soort normen aan elkaar.
Roken verdween uit cafés, stations en kantoren. Sigaretten verdwenen uit het zicht in de supermarkt. Er kwamen hogere accijnzen. Suikertaksen worden besproken. Gemeenten weren fastfood rondom scholen. Er zijn rookvrije sportparken. Op de brommer moet je een helm, in de auto een gordel. En andere drugs dan alcohol zijn trouwens ook verboden. We voeren zelfs oorlog tegen drugs: the war on drugs. Met uitzondering van alcohol.
Waar de overheid zich allemaal nog meer mee bemoeit? Je rijbewijs! Leerplicht. Ziektekostenverzekering. We hebben een wetboek vol met ver- en geboden. Daar komen een fietshelm voor ouderen en een minimum leeftijd voor fatbikes vast ook nog wel in terecht. Sommige verboden zijn er om anderen tegen jou te beschermen. Niet met drank op achter het stuur, niet te hard rijden, geen telefoon gebruiken. (En dan nog is de auto een serieus moordwapen, dat in iedere branche zou leiden tot een onmiddellijk verbod op gebruik ervan.)
“Soms is een gebod er om jezelf te beschermen: de autogordel, de motorhelm”
Sommige wetten beschermen ons allemaal: van stankoverlast tot de uiterste houdbaarheidsdatum. Dus met “je mag ook helemaal niks meer” moet je een beetje oppassen. Stel je voor dat je alles mocht… Dan zou ook de wetgeving op gebied van seks met minderjarigen verdwijnen. Je mag nog steeds roken. Je mag nog steeds drinken. Je mag iedere dag patat eten. Je mag de hele dag op de bank blijven zitten. Vrijheid is helemaal niet het punt. Het punt is in hoeverre de samenleving aansprakelijk gesteld kan worden voor jouw gedrag. Of preciezer: waarom zou iemand die bewust zijn gezondheid te grabbel gooit, recht hebben op ons gezondheidsstelsel dat gebaseerd is op collectiviteit?
Waarom zouden de gevolgen van keuzes die we heel bewust maken altijd volledig onder het collectieve verzekeringsstelsel moeten blijven vallen? Onze zorgverzekering is gebaseerd op solidariteit. Gezonde mensen betalen mee aan zieke mensen. Jongeren betalen mee aan ouderen. Mensen die nooit een ziekenhuis van binnen zien, betalen mee aan mensen die langdurige zorg nodig hebben. Dat is een prachtig systeem. Maar solidariteit werkt ook twee kanten op. Je mag verwachten dat mensen proberen de gezamenlijke kosten niet onnodig op te laten lopen. Dat doen we op allerlei terreinen al. Wie zijn eigen huis expres in brand steekt, krijgt de schade niet vergoed. Niet omdat we zijn vrijheid beperken, maar omdat opzettelijk gedrag niet meer past binnen het solidariteitsbeginsel waarop een verzekering is gebaseerd.
Waarom zouden we over gezondheid die vraag niet óók durven stellen? Niet om mensen te verbieden te leven zoals ze willen. Maar wel om eerlijk te bespreken waar solidariteit ophoudt en eigen verantwoordelijkheid begint. Zo’n gesprek begint bij elkaar vertellen wat de consequenties van je gedrag zijn, maar gaat daarna ook verder richting wie er verantwoordelijk is voor de door jezelf genomen beslissingen. En gaat dan vanzelf ergens naar een grijze lijn waar de een wel over zou gaan en de ander niet. Die grijze lijn heeft te maken met in hoeverre iemand in staat is zijn eigen boontjes te doppen en wanneer je vindt dat je collectief – als overheid – moet bijspringen of ondersteunen. Of anders: hoe je de kunst van boontjes doppen interpreteert. Dat is nog best een ingewikkelde vraag. Als zelfredzaamheid bij werkloosheid geldt, geldt die dan ook bij plotseling stijgende benzineprijzen?
“Dat hadden we eerder moeten doen”
Vrijwel iedere maatschappelijke normverandering begon met protest. De autogordel. De helm op de brommer. Het rookverbod. Niet meer drinken als je nog moet rijden. Een paar jaar later vroegen we ons af waarom we het ooit anders deden: “Dat hadden we eerder moeten doen.” Misschien kijken we over twintig jaar ook zo terug op alcohol. Of op fastfood. Of op een samenleving waarin gezond leven niet langer de uitzondering is, maar de norm. Niet omdat het moest. Maar omdat we met elkaar ontdekten dat solidariteit niet alleen betekent dat we samen de kosten dragen. Solidariteit betekent ook dat we samen proberen die kosten zo laag mogelijk te houden.
Bij de brandverzekering is het heel gewoon iemand uit te sluiten die zijn eigen huis in brand stak. Dat kan bij ongezond leven ook heel gewoon worden. En weet je wat? Het is helemaal niet leuk dat je huis afbrandt. Het is ook helemaal niet leuk dat je je eigen lichaam vernielt.



