Wereldwijde migratie is geen incident, maar een nieuw tijdperk

We voeren in Nederland graag het debat dat doet alsof 'instroom' het probleem is, terwijl de echte werkelijkheid elders ligt. In een eerder door ons gepubliceerd artikel 'de mythe van de asielcrisis' wordt het scherp neergezet. Wat wij hier ervaren is vooral een opvangcrisis, veroorzaakt door beleid dat wisselt tussen paniek, symboliek en bestuurlijke stilstand. Dat is precies waar het wringt. We behandelen mensen alsof ze een dossier zijn dat je kunt parkeren, terwijl de wereld door oorlogen, instortende staten en klimaatdruk steeds meer mensen in beweging zet. En ondertussen laten we in AZC’s talenten wachten, soms jarenlang, terwijl bedrijven en publieke diensten overal schreeuwen om personeel. Dat is niet alleen onmenselijk. Het is ook dom beleid.

Interessant? Deel het artikel

Foto: WHS MEDIA
Foto: WHS MEDIA

Wie eerlijk naar migratie kijkt, ziet eerst de oorzaken. Samen met de verenigde vooruitdenkers en wetenschappers van Geluk Centraal benoem ik het ongefilterd: “de enige manier om vluchtelingenstromen te verminderen is het aanpakken van de redenen waarom mensen moeten vluchten, oorlog, vervolging, honger, en een leefomgeving die door droogte, hitte of water onbewoonbaar wordt.”

In datzelfde betoog staat ook iets wat ik belangrijk vind om hardop te blijven zeggen: “veel Nederlanders voelen spanning, en dat is reëel, maar die spanning wordt te vaak politiek vertaald naar ‘grenzen dicht’ in plaats van naar ‘systeem op orde’. Als je woningnood, krapte in de gezondheidszorg en bestaansonzekerheid laat escaleren, dan gaat elk debat over migratie vanzelf ontsporen. Niet omdat migratie dé oorzaak is, maar omdat de overheid haar basiswerk niet afmaakt. Daar komt bij dat klimaatmigratie geen ‘ver-van-ons-bed-thema’ meer is. Als regio’s structureel onleefbaar worden, komen er niet ‘een paar extra mensen’; dan verschuift de demografie. Dat vraagt om langetermijnbeleid, internationale samenwerking en vooral binnenlands realisme. Niet het soort realisme dat eindigt bij het optrekken van muren, maar het realisme dat durft te erkennen dat een ordelijk, snel en menswaardig asielbeleid óók in ons eigen belang is.

“Talent vastzetten terwijl de economie vastloopt”

Het meest schrijnende aan de huidige praktijk vind ik dat we mensen op twee manieren tegelijk klein maken. We roepen: integreer. En we organiseren vervolgens een wachtruimte waarin je juist níét mag meedoen, waarin taal, werkervaring en zelfvertrouwen verdampen. Dat is precies het mechanisme dat wij bekritiseren wanneer asielbeleid verwordt tot framing en ‘politiek theater’: we praten over effect, maar organiseren intussen vooral stilstand.

Tegelijkertijd weten we allang dat toegang tot werk een sleutel is. Niet alleen voor inkomen, maar voor taal, sociale netwerken, mentale gezondheid en het gevoel dat je ertoe doet. Dat is ook waarom het beleid de afgelopen jaren stapjes móést zetten. De beruchte 24-wekenbeperking is na rechterlijke toetsing losgelaten en later ook beleidsmatig uit de regels gehaald, waardoor asielzoekers in principe het hele jaar kunnen werken, mits aan voorwaarden is voldaan. En begin vorige maand meldde de rijksoverheid dat een asielzoeker met grote kans op een vergunning al na drie maanden kan werken, en dat de 24-weken-eis definitief uit de regelgeving wordt geschrapt. Dat zijn bewegingen in de goede richting, maar ze lossen de kern niet op zolang de rest van het systeem traag blijft en werkgevers verdwalen in procedures. Als we écht willen dat nieuwkomers bijdragen, dan moet het uitgangspunt worden: duidelijkheid en meedoen, zo snel mogelijk.

Wat zou verstandig overheidsbeleid zijn?

Voor mij bestaat een geloofwaardig alternatief uit drie simpele principes:

Het eerste principe is snelheid en voorspelbaarheid. Mensen in onzekerheid laten hangen is schadelijk en duur. Het betekent ook dat je opvangplekken bezet houdt, dat stressproblemen toenemen, dat gemeenten blijven improviseren en dat de doorstroom naar huisvesting of terugkeer vastloopt. Een snelle, zorgvuldige procedure is dus niet “soft”; het is bestuurlijke hygiëne.

Het tweede principe is integratie vanaf dag één. Niet pas na een vergunning, maar meteen: taal, scholing, oriëntatie op sectoren met tekorten, en begeleiding richting werk. D66 heeft dit al concreet uitgewerkt in voorstellen die precies hierover gaan, met het idee dat kansrijke asielzoekers vanaf het begin moeten kunnen starten met taal en werk.

Het derde principe is gerichte inzet op personeelstekorten, zonder uitbuiting. Nederland heeft krapte in zorg, techniek, onderwijs, logistiek en ICT. In AZC’s zitten mensen met ervaring en diploma’s, maar ook mensen die juist praktisch aan de slag willen. Daar hoort een landelijke ‘matchingketen’ bij die samenwerkt met gemeenten, COA, UWV, sectorfondsen en werkgevers. Niet als vrijblijvend project, maar als standaardroute, met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, taalondersteuning op de werkvloer en snelle erkenning of bijscholing van diploma’s waar dat kan. Anders verschuif je het probleem alleen maar naar schijnconstructies en onderbetaling.

Dit is geen fantasie. Er ligt al beleid in consultatie en uitvoeringstoetsen die specifiek kijken naar het verbeteren van de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers in procedure, mede in relatie tot Europese regels. En er zijn recente signalen dat ook regeldruk en automatisering van vergunningprocessen nadrukkelijk op tafel liggen om werk sneller mogelijk te maken.

Hoe kijkt men hier nu tegenaan in de formatie?

Op dit moment is dit extra relevant, omdat de formatie niet in een vacuüm plaatsvindt. De meest recente berichtgeving laat zien dat D66 als verkiezingswinnaar samen met VVD en CDA gesprekken is gestart om tot een nieuw kabinet te komen, met de optie van een minderheidskabinet of uitbreiding met een vierde partij. Bovendien geeft men aan dat er breder wordt gekeken en dat ook een scenario met wisselende steun of bredere afspraken wordt besproken.

Wat ik daarin hoopgevend vind, is dat ‘asiel en migratie’ in die formatiecontext niet alleen over beperking gaat, maar ook over uitvoerbaarheid en samenhang met wonen, arbeidsmarkt en maatschappelijke rust. Het risico blijft natuurlijk dat migratie opnieuw het symbooldossier wordt waarmee partijen elkaar de maat nemen, terwijl de uitvoeringsorganisaties verder vastlopen. Maar juist daarom is het belangrijk om het debat terug te trekken naar concrete keuzes: doorlooptijden omlaag, meedoen omhoog.

“Snel duidelijkheid en integreren?”

Als ik kijk naar wat er de afgelopen periode inhoudelijk is uitgewerkt, zie ik vooral bij partijen in het midden en progressieve midden concrete bouwstenen voor ‘meedoen vanaf dag één’, versnelling van toegang tot werk en betere integratie, in plaats van alleen uitsluiting.

D66 springt eruit omdat er al langer expliciete voorstellen liggen om kansrijke asielzoekers meteen te laten starten met taal en werk, én omdat er een initiatiefwetsvoorstel in consultatie is (bekend als ‘Wet verbetering toegang arbeidsmarkt nieuwkomers’) dat het werkgevers makkelijker moet maken om asielzoekers met perspectief in dienst te nemen.

CDA positioneert zich in recente formatiecontext nadrukkelijk als gesprekspartner van D66 en VVD, en in de arbeidsmarkthoek zie je dat CDA samen met D66 spreekt over activering, ook van asielzoekers, als onderdeel van bredere arbeidsmarktplannen.

VVD is ingewikkelder in dit verhaal. De VVD legt traditioneel sterk de nadruk op beperking van instroom en strengere voorwaarden, en in de actuele formatie zijn zij een sleutelspeler. Tegelijkertijd geldt ook hier: als je een kabinet wilt dat de arbeidsmarkt en publieke diensten draaiend houdt, zul je óók moeten leveren op snelle procedures en werkbare routes naar participatie. De spanning is dus niet óf VVD ‘voor of tegen’ is, maar of ze bereid zijn om de praktische kant van integratie en arbeidstoegang te omarmen in plaats van het vooral als afschrikinstrument te blijven gebruiken.

Daarnaast zijn er partijen buiten de directe kern van de huidige onderhandelingen die juist op integratie en meedoen stevig inzetten. VluchtelingenWerk heeft bijvoorbeeld per partij thema’s als integratie en het vastgelopen asielsysteem op een rij gezet richting de verkiezingen van 2025, waardoor zichtbaar wordt welke partijen op inhoud inzetten op oplossingen in plaats van alleen retoriek.

“Waarom mensen buiten sluiten?”

Het is verleidelijk om te denken dat hardheid orde schept. Maar wat in de praktijk orde schept, is voorspelbaarheid: weten waar je aan toe bent, weten waar je woont, weten of je mag werken, weten wat er van je verwacht wordt. Als je dat niet organiseert, krijg je de problemen die we nu al kennen: overvolle opvang, lokale onrust, onnodige kosten, én mensen die hun potentieel verliezen. Dan creëer je precies de sociale frictie die populisten vervolgens weer gebruiken als bewijs dat ‘het systeem faalt’.

Wij leggen de vinger dan ook graag op die zere plek door te zeggen: stop met doen alsof het om een ‘asielcrisis’ gaat en kijk naar de echte crises en de beleidskeuzes die ze verergeren. Ik zou daar mijn eigen conclusie aan willen toevoegen: “als we blijven focussen op uitsluiting, produceren we afhankelijkheid, stilstand en bitterheid. Als we focussen op snelle duidelijkheid en meedoen, bouwen we aan rust, eigenwaarde en wederkerigheid.”

Asielbeleid moet anders, omdat de wereld al anders is

Mijn inzet zou zijn: behandel migratie niet als een tijdelijk incident, maar als een structurele realiteit die je bestuurlijk kunt vormgeven. Dat betekent tegelijk strakker organiseren én menselijker handelen. Sneller beslissen, eerder laten participeren, beter spreiden en eerlijker uitleggen wat kan en niet kan. En ja, ook eerlijk zijn over grenzen: niet in de zin van ‘mensen wegduwen’, maar in de zin van heldere procedures, een uitvoerbare keten en een samenleving die niet steeds in crisisstand hoeft te schieten.

Als je wilt dat Nederland minder polariseert, meer welzijn kent en werkelijk ‘geluk centraal’ durft te zetten, dan is dit precies het soort beleid dat daarbij hoort: realistisch, menswaardig en praktisch. Als je mij één richting laat kiezen voor de formatie, dan is het deze: maak van ‘meedoen vanaf dag één’ geen sympathieke slogan, maar een harde afspraak in het regeerakkoord. Dat is beter voor nieuwkomers, beter voor werkgevers, en uiteindelijk ook beter voor Nederland.

Interessant? Deel het artikel

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden.
Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Meer over

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief zodat we je geregeld op de hoogte kunnen houden. Wat zouden we het leuk vinden als je ons ook een mail stuurt met waar jij gelukkig van wordt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *